Call for Papers: ‘Van luis in de pels tot corporate glossy’

Congres ‘De ontwikkeling van de periodieke pers aan de Nederlandse en Belgische universiteiten sinds 1800’

Datum congres: 25 november 2022. Deadline abstracts: 1 juli 2022

Iedere Nederlandse en Belgische universiteit heeft er één: het universiteitsbrede blad dat zich richt op alle geledingen van de universiteit: studenten, wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk personeel, en overige belangstellenden. Ze vormen een zichtbaar en bindend element in de complexe organisatie van de moderne universiteit.

Sommige van deze bladen werden opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog toen de wens tot ‘doorbraak’ zich ook openbaarde in de academische wereld; de nieuwe bladen dienden vooral om de civitas-gedachte te versterken. In Utrecht verscheen Sol Iustitia (1946), in Amsterdam aan de UvA Folia Civitates (1948), in Nijmegen het Nijmeegs Universiteitsblad (1951) en in Amsterdam aan de VU Ad Valvas (1953). Andere universiteitsbrede bladen werden opgericht op de golven van de democratisering in de jaren zestig en zeventig, zoals in Groningen de Universiteitskrant (1971), in Leuven (studentenkrant) Veto (1974), in Gent (studentenblad) Schamper (1975), in Maastricht Maffius (1975), de voorloper van Observant en in Leiden Mare (1977). In deze tijd zouden ook de eerder opgerichte bladen vaak radicaal van karakter veranderen.

In de universiteits- en wetenschapsgeschiedenis zijn deze universiteitsbladen een prachtige bron voor de onderzoeker. Vaak vormen ze de eerste ingang tot ontwikkelingen in een bepaalde periode of ze verlevendigen het feitelijke verhaal dat zijn weerslag heeft gevonden in de archieven. Maar – en dat staat centraal tijdens dit congres – de geschiedenis van de periodieke universitaire pers als zodanig verdient ook een zelfstandige bestudering. De manier waarop een universiteit zich presenteert, zegt namelijk ook altijd iets over de (ontwikkeling van de) identiteit van een universiteit en over de plaats die zij inneemt (of in wil nemen) in de samenleving. Het karakter van een universiteit is te herkennen aan de kwaliteit van haar universitaire pers. Dat maakt de universitaire pers zelf tot een interessant object van onderzoek.

De hierboven genoemde universiteitsbladen maken slechts een klein onderdeel uit van de universitaire periodieke pers. Daartoe behoren ook de in het begin van de negentiende eeuw ontstane studentenbladen, maar evengoed de (sub)faculteitsbladen, de projectgroep-bladen, de periodieken van de studentenverenigingen, de alumnibladen, de lustrumuitgaven, de social media van een universiteit, en wellicht ook de tijdschriften en magazines die zich richten op popularisering van wetenschap, om enkele voorbeelden te noemen uit het grote aanbod.

Onderzoek naar de universitaire pers is daardoor heel divers. Het kan zowel de ontstaansgeschiedenis van de bladen omvatten, alsook hun ontwikkeling en de (emancipatoire) functie ervan. Een rode draad in de geschiedenis van de universitaire pers is de strijd om onafhankelijkheid. Sommige universiteitsbladen fungeren nog steeds als luis in de academische pels, terwijl andere zijn ondergebracht bij de afdeling communicatie, waar ze meer of minder zelfstandigheid hebben. Eigentijdse ontwikkelingen als mediaconvergentie, de internationalisering van het hoger onderwijs en de transformatie van de universiteit tot ‘bedrijf’, hebben de universitaire pers voorgoed veranderd met nieuwe initiatieven als digitale, tweetalige platforms en de uitgave van corporate magazines.

Al deze verschillende invalshoeken kunnen onderwerp van studie zijn. Of het nu gaat om de landelijke studentenbladen (met in de negentiende eeuw ook Vlaamse redacties), de studentenbladen van de Delftse studentensocialisten, de universitaire pers in de Tweede Wereldoorlog, de professionalisering van de universitaire journalistiek na 1970, het debat over de onafhankelijkheid van de redacties of de huidige overgang naar digitale platforms (met bijvoorbeeld ruimte voor comments).

Naast deze verschillende invalshoeken kan tijdens dit congres ook de gebruikte methodologie worden geëvalueerd: is die kwalitatief van aard, of kwantitatief? Of beide? Worden de bladen onderzocht vanuit een institutionele of cultuurhistorische benadering? Welke bladen zijn er de laatste jaren gedigitaliseerd en welke nieuwe onderzoeksmogelijkheden biedt dat?

Ten slotte biedt het congres gelegenheid om stil te staan bij de vraag wat onder de periodieke universitaire pers kan worden geschaard. Kunnen daartoe ook de nieuwsbrieven/bulletins van wetenschappelijke verenigingen worden gerekend? Behoren ook de wetenschappelijke uitgaven van afdelingen in de universiteit, het academisch ziekenhuis of het laboratorium daartoe? Ook bijdragen die zich richten op verwante thema’s zijn op dit congres welkom: is er bijvoorbeeld sprake van een toename van universitaire uitgeverijen? En hoe verhoudt de beweging van open science zich tot de universitaire periodieke pers?

Het thema biedt kortom veel ingangen voor een gevuld en gevarieerd congres; we zien graag bijdragen tegemoet uit Nederland en België.

Datum (planning): 25 november 2022 Plaats: Groningen

Belangstellenden worden uitgenodigd uiterlijk 1 juli 2022 een abstract van circa 250 woorden in te dienen. De organisatie zal kort daarna beslissen over de inzendingen. Schroom niet om in een eerder (onderzoeks)stadium al contact op te nemen. De spreektijd zal maximaal een half uur zijn. De uitgewerkte bijdragen, of een selectie daarvan, worden gepubliceerd in een bundel te verschijnen in de reeks Universiteit & Samenleving bij Uitgeverij Verloren.

Organisatie/ contact: Annelies Noordhof-Hoorn (RUG) j.e.noordhof-hoorn@rug.nl, Dorien Daling (RUG) w.d.daling@rug.nl, Ab Flipse (VU Amsterdam) a.c.flipse@vu.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *