Oproep tot het indienen van voorstellen
Symposium Over de Grens. Internationale contacten van Nederlandse studenten en stafleden sedert 1876 (28 november 2008)
Wie niet internationaal denkt en werkt, telt in de universitaire wereld niet mee. Studenten worden met behulp van een uitgebreid internationaal stelsel van beurzen gestimuleerd enige tijd in het buitenland te studeren. Voor een aanstelling aan een universiteit is het al bijna een must enige tijd over de grens te hebben gestudeerd of gewerkt. En een aanvraag voor een onderzoekssubsidie maakt alleen kans als kan worden aangetoond dat het onderwerp internationaal in de belangstelling staat.
Voor jongeren spreekt dit vanzelf, voor oudere stafleden veel minder. In menig vakgebied was deze internationale oriëntatie nog maar enkele decennia geleden helemaal niet zo gewoon. Een bezoek aan een internationaal congres was daar al heel wat. Toch zullen ook toen weinigen het belang van internationale contacten hebben ontkend. Die bestaan immers al eeuwen. Sinds het ontstaan van de Noord-Nederlandse universiteit aan het eind van de zestiende eeuw hebben zij geleerden en studenten uit het buitenland getrokken. In het begin profiteerden zij daarbij van de vervolging van protestanten elders in Europa en van de oorlogen in de Duitse landen. Van hun kant maakten bemiddelde Nederlandse studenten in de zestiende en zeventiende eeuw een Grand Tour langs verscheidene Europese universiteiten. Dat werd gezien als een onmisbaar onderdeel van hun algemene vorming.
In de loop van de achttiende eeuw trad er een verschuiving op. Studenten gingen toen naar buitenlandse universiteiten ter voltooiing van hun studie, vooral in vakken waarin in Nederland het niveau achterbleef. In de negentiende eeuw was dat niet anders. In de jaren 1870 trokken grondleggers van Nederlands Tweede Gouden Eeuw als Johannes Bosscha, Van ’t Hoff, Kamerlingh Onnes en Hugo de Vries naar Frankrijk en vooral Duitsland om zich het metier van onderzoeker eigen te maken. In het laatste kwart van de negentiende eeuw werden in veel disciplines ook de eerste grote internationale congressen georganiseerd. Verder is bekend dat artsen ter voorbereiding op een wetenschappelijke loopbaan of een vestiging als specialist tot in de twintigste eeuw Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland bezochten. Na de oorlog werd een verblijf in de Verenigde Staten onmisbaar voor medici en veel anderen die in de wetenschap verder wilden.
Dat brengt ons op de vraag of er pieken en dalen of trends en patronen zijn waar te nemen in de intensiteit en in de aard van de internationale contacten. Was het onderhouden ervan gedurende deze 125 jaar in alle vakgebieden steeds even belangrijk? Traden er verschuivingen op in de landen waarop Nederlandse geleerden en studenten zich richtten? Wanneer en waarom traden zulke veranderingen op en verschilde dat per discipline? De vraag is natuurlijk ook om te keren. Wat was het aanzien van Nederlandse geleerden in het buitenland? In welke vakken en in welke landen hielden Nederlanders lezingentoernees? Welke voorzieningen bestonden er voor bezoeken aan het buitenland? Wat was bijvoorbeeld de betekenis van het Nederlands Bureau voor Buitenlandse Studentenbetrekkingen voordat dit een reisbureau werd? Hoe zat het met geïnstitutionaliseerde vormen van samenwerking, zoals de International Association of Universities?
Ter bestudering van deze en soortgelijke vragen organiseren het Belgisch-Nederlands genootschap voor wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis Gewina, het Descartes Centre for the History and Philosophy of the Sciences and the Humanities (Universiteit Utrecht) en het Huizinga Instituut op vrijdag 28 november 2008 in Utrecht het symposium ‘Over de Grens’.
Belangstellenden worden uitgenodigd vóór 1 augustus 2008 een voorstel van maximaal 500 woorden in te dienen. De spreektijd zal ongeveer een half uur zijn. De bijdragen worden gebundeld.
Geïnteresseerden kunnen zich wenden tot:
prof. dr. L.J. Dorsman (Universiteit Utrecht)
e-mail: leen.dorsman@let.uu.nl
tel.: 030-253 6441/605 4904
of tot:
dr. P.J. Knegtmans (Universiteit van Amsterdam)
e-mail: p.j.knegtmans@uva.nl
tel.: 020-525 3342/441 0141.