Symposium 'Nut en nog eens nut? Zelfverstaan, nationalisme en nut in het negentiende-eeuwse wetenschapsbeeld' (Amsterdam, 27 & 28 november 2008 

‘De magie van de wetenschap’ – het is een thema dat in eerste instantie vreemd lijkt aan het Nederlandse wetenschappelijke verleden. In bijvoorbeeld de geschiedschrijving over de natuurwetenschappen wordt doorgaans grote nadruk gelegd op het praktische, utilitaire karakter van de wetenschapsbeoefening in de Lage Landen. Te beginnen met Simon Stevin (1548-1620) zouden Nederlandse geleerden vooral pragmatische probleemoplossers zijn geweest, die zich verre hielden van de verlokkingen van metafysische gedachten, programmatische systemen en zuiver wetenschappelijke vragen. Veelvuldig is een scherp contrast geschetst met – bijvoorbeeld – de rationele Franse wetenschappelijke cultuur, het Engelse empirisme of de loodzware Duitse metafysica.

Sinds enige tijd is het besef ontstaan dat dergelijke stereotypen in hoge mate het product zijn van negentiende-eeuws nationalisme. Destijds trachtte men bijvoorbeeld een ‘typisch Nederlandse’ schilderstijl te definiëren – en analoog hieraan zou in Nederland ook een specifieke, eigen wetenschappelijke stijl zijn ontwikkeld. Dit besef heeft de afgelopen jaren tal van vragen doen rijzen. Laat het negentiende-eeuwse universitaire onderzoek zich echt wel samenvatten in de door Johan Huizinga bedachte kwalificatie ‘Nut en nog eens nut’? Kunnen we zinvol spreken over verschillen in nationale tradities en stijlen – juist als we ons rekenschap geven van het idealiter universele karakter van wetenschappelijke kennis? En zo ja, moeten we dan nog steeds Nederlandse wetenschappers zien als erfgenaam van ‘nuchtere’ wiskundigen als Stevin en Christiaan Huygens? (cf. Van Berkel 1999 en Theunissen 2000)

Het doel van dit colloquium is om beeld en zelfbeeld van de Nederlandse wetenschappelijke traditie aan een kritische beschouwing te onderwerpen. De keus is hierbij gevallen op het negentiende-eeuwse vertoog. De redenen hiervoor zijn dat de differentiatie en specialisatie binnen de wetenschappen (met de daarbij behorende zelfdefiniëring), de bewust in gang gezette natievorming met haar nationalisme en utilitaire oogmerken bij het moderniseren van de samenleving (cf. Van der Woud 2006), én de succesvolle introductie van het begrip ‘Gouden Eeuw’ - als lichtend voorbeeld - typisch negentiende-eeuwse verschijnselen zijn. Het colloquium sluit daarmee aan op discussies die momenteel onder wetenschappers en wetenschapshistorici hier en elders in Europa worden gevoerd. (cf. bv. BJHS 2005 en ISIS 2005) Daar komt bij dat met name de vroeg negentiende-eeuwse ontwikkeling van de wetenschap nog maar ten dele is begrepen, terwijl hier juist de kiemen zijn gelegd voor datgene wat aan het eind van die eeuw het beeld van de wetenschap bepaalde.

Binnen deze thematiek zal in het colloquium een aantal vragen centraal staan waarvan de (voorlopige) beantwoording richtinggevend kan zijn voor verder onderzoek.

  • Waren Nederlandse wetenschappers wel zo zakelijk en weinig geneigd tot de “magie van wetenschap”, zoals dikwijls wordt beweerd? (Cf. Van Berkel 1998)
  • Wat is de rol van de negentiende eeuw geweest in het proces van de ‘canonisering’ van geleerden?
  • Hoe keken negentiende-eeuwse wetenschappers aan tegen het Middeleeuwse en vroegmoderne verleden en gebruikten zij het om een wetenschap met een ‘Nederlandse identiteit te creëren? 
  • Kan je het wetenschappelijk verleden eigenlijk wel ‘vangen’ in trefwoorden en kwalificaties?
  • Is de tot in de zestiende eeuw teruggaande universitaire traditie er één van? En zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de rol van de pas in de eenheidsstaat ontstane nationale academie van wetenschappen en schone kunsten?

Voor een beter inzicht in het begrip ‘Nederlandse identiteit’ of  ‘nationaal karakter’ van de in Nederland beoefende wetenschappen is het nodig terug te gaan tot de introductie hiervan. Tot dit inzicht wil dit colloquium een bijdrage leveren.

Enige literatuur:

  • Berkel, Klaas van, “Over nationale stijl en wetenschappelijke cultuur in Nederland”, in: idem, Citaten uit het boek der natuur. Opstellen over Nederlandse wetenschapsgeschiedenis (Amsterdam: Bert Bakker, 1998), 11-23.
  • Berkel, Klaas van, “The Legacy of Stevin. A Chronological Narrative”, in: Klaas van Berkel, Albert van Helden en Lodewijk Palm, eds, A History of Science in The Netherlands. Survey, Themes and Reference (Leiden etc.: Brill, 1999), 3-235.
  • BJHS: British Journal for the History of Science 38, nr 1 (maart 2005). Themanummer over: Historical geographies of science.
  • ISIS. An International Review Devoted to the History of Science and Its Cultural Influences 96, nr. 1 (maart 2005). Themanummer met focus op: Colonial Science.
  • Theunissen, Bert, ‘Nut en nog eens nut’. Wetenschapsbeelden van Nederlandse natuuronderzoekers, 1800-1900  (Hilversum: Verloren, 2000)
  • Woud, Auke van der, Een nieuwe wereld: het ontstaan van het moderne Nederland (Amsterdam: Bakker, 2006)

© Gewina 2008. Website gemaakt in samenwerking met het Huygens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen