Slotdocument

Slotdocument Woudschoten: opmerkingen, wensen en suggesties


Beste collega's,

Hierbij zoals beloofd een schriftelijke versie van het voortgangs-voorstel zoals tijdens de slotdiscussie van onze conferentie besproken. Er was niet veel tijd voor discussie zaterdag, dus iedere verdere opmerking of suggestie is van harte welkom. Verder hebben we zoals gezegd jullie inbreng nodig. Daarom graag jullie reactie op het onderstaande. Laten we zeggen, om de vaart erin te houden, vóór woensdag 8 juni.

Onze eerste stap zal zijn contact op te nemen met de directeur Geesteswetenschappen van NWO om een oriënterend gesprek te arrangeren. Doel daarvan is de mogelijkheid te bespreken ons onderzoeksprogramma tot een NWO-thema te verheffen waarvoor voor een aantal jaren een virtueel budget wordt gereserveerd. Voor dit gesprek zal een tekst van "twee A-4tjes" worden opgesteld die aan jullie zal worden voorgelegd.

Verloopt het gesprek positief, dan zal een substantiëler stuk worden geproduceerd, waarin we onze plannen nader uiteenzetten. Onze conferentie heeft daarvoor goede aanknopingspunten geleverd. Daarnaast moeten we nog een beter idee krijgen van ieders wensen en verwachtingen. Een en ander brengt ons tot de volgende vragen en voorstellen.

    1. NWO wil onderzoek ondersteunen dat spannend, vernieuwend, en relevant is. Met name het laatste punt - ook te formuleren als "waarom nú dit programma en waarom rond dít thema" - verdient nog aandacht. Al genoemd werd de relevantie van ons programma voor een beter begrip van de innovatieparadox en van de aard en het functioneren van de kenniseconomie. Verdere suggesties?
    2. NWO kent uiteenlopende subsidievormen: voor salarissen van aio's, postdocs en vervangers; reisbeurzen, toelagen voor de organisatie van congressen en workshops, uitnodigingen aan buitenlandse sprekers, publicaties etc. Wat zijn je belangrijkste wensen in deze mbt ons programma?
    3. Heb je suggesties voor de concrete output van ons onderzoeksprogramma? Denk hierbij aan TIN-20 en de ijkpuntenserie. Of kunnen we ons beter niet vastleggen op een serie en de output laten bepalen door de aard en omvang van de deelonderzoeken die we gaan uitvoeren?
    4. Is het een goed idee om af te spreken dat de werkgroep periodiek een bijeenkomst of workshop organiseert?
    5. Een van de belangrijkste punten in dit stadium: rond welke subthema's gaan we het circulatie-thema organiseren. We hebben hierover in Woudschoten al nagedacht en geconcludeerd dat we niet disciplinair of chronologisch moeten denken als we, zoals NWO ook graag wil, vernieuwend willen zijn en multidisciplinair willen werken. Het idee was om aspecten van het circulatiethema te formuleren die tijdens de conferentie naar boven zijn gekomen en waarvan we denken dat die mensen en expertise bijeen kunnen brengen in nieuwe verbanden. We kunnen hier ook van sleutelwoorden spreken (een NWO-term). Onze voorbeelden van sleutelwoorden zijn:
      • Het universaliteitsprobleem. Wat betekent het dat kennis universeel zou zijn? Een vraag die behalve historisch ook sociologisch en filosofisch benaderd kan worden
      • Standaardisatie. Dit is een proces dat de verspreiding van kennis en praktijken mogelijk maakt.
      • Participatie. Om vorm te krijgen en zich te kunnen verplaatsen, vereisen claims mbt kennis en praktijken samenwerking tussen verschillende groepen, op lokaal niveau en tussen lokaties. Dat kan gepaard gaan met onderhandeling, kolonisatie, overheersing, ondergeschiktheid, aanpassing, etc. Hoe gaat dat in zijn werk?
      • -Obstakels, weerstand. Zulke claims verplaatsen zich niet vanzelf en kunnen tegenstand ondervinden. "Tegenstand" is uiteraard een kwestie van perspectief - een neutralere term zou welkom zijn.
      • Onderwijscultuur. Welke rol speelt het onderwijs bij productie, receptie en toeëigening van kennis en praktijken?
      • Identiteit. De bestudering van de circulatie van kennis confronteert je met groepen personen die elk hun eigen identiteit uitdragen, verdedigen of formeren - denk aan professionalisering, hiërarchische verhoudingen, centrum-periferie-relaties, nationalistische en internationalistische uitingen etc. Hoe gaat dit soort processen in zijn werk?
      • Infrastructuur. Welke soorten infrastructuur - correspondentienetwerken, boeken en tijdschriften, het internet etc. - maken circulatie mogelijk en hoe? Hoe verloopt de co-evolutie van infrastructuur en wetenschap?
      • Mediatie. Wat zijn en hoe functioneren de vehikels voor de circulatie van kennis - concepten en andersoortige hulpmiddelen, mensen, instituties etc.
      • Representatie. Hoe wordt circulatie mogelijk gemaakt in termen van representaties (teksten, afbeeldingen, modellen etc.).

Graag jullie commentaar. Wat vind je van deze sleutelwoorden. Zijn er nog andere of betere?

Tot slot meer in het algemeen: vergeten we nog iets belangrijks?

Graag jullie reacties!


Hartelijke groet,

Lissa en Bert

© Gewina 2008. Website gemaakt in samenwerking met het Huygens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen