Een onverwachte vondst: 394 brieven van Hugo de Vries (Ida Stamhuis)

Eerder verschenen in NVOX 19 (1994), 438-440. Op 28 mei 1903 schreef onze wereldberoemde landgenoot Hugo de Vries (1848-1935), hoogleraar in de plantkunde aan de Gemeenteuniversiteit te Amsterdam: Want het slot van het geheele boek is toch, dat ik niet gevonden heb wat ik zocht, nl. de methode om kunstmatige mutaties te doen ontstaan, en feitelijk ben ik daarvan nog even ver af, als vóór 15 jaar. Ik wil nu echter trachten zooveel mogelijk alleen dit doel voor oogen te houden. Want als ik dat middeltje vinden kan, zal denk ik, wel de laatste twijfel aan de mutatieleer moeten verdwijnen. Deze brief is er één van de 394, die Hugo de Vries aan zijn Groningse…

Over ouderdom en middelen om lang en gezond te blijven leven (Annemarie de Knecht)

Eerder verschenen als: A. de Knecht-van Eekelen, ‘Gifslang en gladiatorenbloed’, Synaps 2 nr. 6 (1994) 4-7. Een mens is zo oud als hij zich voelt Oud is een betrekkelijk begrip. Een kind van tien vindt zijn moeder van 35 oud, maar dat vindt zij zelf helemaal niet, nee, oud is haar vader van 60. Maar die rekent zich echt nog niet tot de 60-plussers en zo praat een oma van 80 meewarig over `dat oudje in het verpleeghuis’ die bij navraag 78 blijkt te zijn. Oud-zijn hangt niet alleen samen met de kalenderleeftijd, maar ook met de mate van hulpbehoevendheid. Oud-worden is geen ziekte zoals Galenus al betoogde, maar ouderen kunnen wel ziek zijn en…

Reformatie en Wetenschapsrevolutie (Kees de Pater)

Eerder verschenen in Bijbel en Wetenschap, 12 (1987), nr.104: p.243-248. In een lezing ( ca. 1970) over de natuurwetenschap en haar toepassingen in ons land tijdens de Tachtigjarige Oorlog vertelde professor R. Hooykaas het verhaal- ik hoop dat ik het correct uit mijn geheugen heb “opgediept”- dat terwijl de Nederlanders actief waren met het droogleggen van meren, het kanaliseren van rivieren en het bouwen van molens, er in Spanje een commissie vergaderde over de wenselijkheid de Ebro te kanaliseren. De slotconclusie was: als God gewild had dat de Ebro bevaarbaar was, dan had Hij de rivier wel zo geschapen. Een vraag die hier gesteld kan worden, is: heeft dat iets met het verschil in religie…

Fysicotheologie in de achttiende eeuw: Boyle tot Paley (Kees de Pater)

“De WARE NATUURKUNDE verheft sig soo verre, dat sy selfs een soorte van GODTGELEERTHEID word”, B. Nieuwentijt, Gronden van Zekerheid of de Regte betoogwyse der Wiskundigen So in het Denkbeeldige, als in het Zakelyke Ter Wederlegging van Spinosaas Denkbeeldig Samenstel; En Ter aanleiding van eene Seekere Sakelyke Wysbegeerte, aangetoont (Amsterdam, 1720), p.229. (De bron van het citaat is het voorwoord in de Mémoires de l’Académie Royale des Sciences van 1699) Inleiding In het christelijk voorgezet onderwijs valt bij de behandeling van de Verlichting gewoonlijk nogal wat nadruk op het deïsme en het toenemende atheïsme van het betreffende tijdvak. Dat er echter ook honderden boeken geschreven zijn die vanuit de natuurverschijnselen een dam tegen deze twee…

Was Augustinus een wiskundehater? (Kees de Pater)

Meermalen leidt een auteur een wetenschappelijk artikel in met een korte historische notitie die in een meer of minder ver verwijderd verband staat met het te behandelen onderwerp. Daar is uiteraard geen enkel bezwaar tegen, zolang tenminste de feiten niet onjuist worden weergegeven of verkeerd worden geïnterpreteerd. Dat laatste is enigszins het geval in een artikel ‘Rekenen en industrie’ van H.L. Beckers in Nieuw Archief voor Wiskunde (vierde serie, deel 6, no.1-2, 1988, p.83-89), dat begint met enkele opmerkingen over zowel waardering als gebrek aan waardering voor de wiskunde in het verleden. Beckers wijst eerst op het belang dat Plato aan de wiskunde hechtte voor contemplatie en training van de geest, maar ook op diens…

De wetenschapsrevolutie en de Twee Culturen (Fokko Jan Dijksterhuis)

De Geograaf van Vermeer uit 1669. De geleerde staat in zijn werkkamer na te denken. Licht valt door het venster op hem en zijn papieren. Om hem heen allerlei attributen die bij een geograaf passen: een kaart aan de wand, een globe op de kast. In zijn hand heeft hij een passer, zijn belangrijkste instrument. Met de passer kan hij een kaart op juiste schaal maken, een precieze beschrijving van de wereld. Vermeer op zijn beurt beeldde de wereld uit zoals hij die zag. Niet alleen zijn de persoon en zijn attributen levensecht geschilderd, de geograaf is er ook één die je als het ware zó tegen kunt komen. Vermeer is typisch voor de 17de-eeuwse…

Hoe werkt wetenschap? Over de expeditie van de Siboga (Marjan Bruinvels)

Hoe werkt wetenschap? Voor het vak ANW is het nodig dat leerlingen iets begrijpen van het bedrijven van wetenschap. In het geval van de expeditie van de Siboga, nu 100 jaar geleden, gaat het om twee soorten wetenschap: biologie en geologie. Deze officiële regeringsexpeditie had tot doel om in de wateren van de Molukken zo veel mogelijk levensvormen uit zee te inventariseren. Tevens moest de diepte van de zeebodem worden opgemeten (met behulp vaneen pianosnaar van 10.000 meter!) en ook de temperatuur, omdat men aan de hand van de temperatuur kon zien of het een afgesloten zeebekken betrof of een zeegedeelte dat in verbinding stond met het koudere oceaanwater. Onderwijl werden allerlei geologische vondsten gedaan…

Biografie van Carolina Henriette MacGillavry (Marjan Bruinvels)

Mac Gillavry, Carolina Henriette (bekend onder de naam MacGillavry), scheikundige (Amsterdam 22-1-1904 – Amsterdam 9-5-1993). Dochter van Donald Mac Gillavry, hersenchirurg, en Alida IJda Sophia Matthes, onderwijzeres. Carolina MacGillavry – kortweg ‘Mac’ voor haar medewerkers en ‘Lien’ voor haar intimi – groeide op in een groot huis in Amsterdam-Zuid als tweede in een gezin met zes kinderen. Haar jeugd te midden van begaafde familieleden was stimulerend op verlerlei terreinen: de natuurwetenschappen, muziek en toneel. De vader was boekenverzamelaar en amateur- entomoloog; hij trachtte zijn kinderen voor de natuur te interesseren door ieder kind een eigen groep insecten toe te wijzen. MacGillavry identificeerde zich aldus met de ‘mieren’. Na het Barlaeus-gymnasium te hebben doorlopen begon Carolina…

Tine Tammes. Het ‘Matilda-effect’ in de Wetenschap (Ida Stamhuis)

Gepubliceerd in Kunst en Wetenschap 5, nr. 4 (1997), 9-10 De eerste Nederlandse hoogleraar in de genetica was een vrouw, de Groningse Tine Tammes (1871-1947). Een man zou het lage salaris van het bijzonder hoogleraarschap waarschijnlijk niet hebben geaccepteerd. Maar “Mej. Tammes” zou, zoals werd gezegd, het “niet zeer hoog bezoldigde Buitengewoon Hoogleraarsambt” wel willen aanvaarden. In 1919 werd zij hierdoor de tweede vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Hoe werd ze als vrouw in een mannenwereld hoogleraar? Tine Tammes was een leergierig meisje uit een middenstandsgezin. In 1883 ging ze naar de Middelbare Meisjesschool (MMS). Het gymnasium, de officiële vooropleiding voor de universiteit zal buiten haar gezichtsveld hebben gelegen. Om als meisje het gymnasium te bezoeken…

Historische inleiding: statistiek, van Woorden naar Waarden (Ida Stamhuis)

Statistiek, een vak van woorden Dat de statistiek een wetenschap was, waarin woorden het centrale bestanddeel vormen, dat kunnen wij ons nu nauwelijks voorstellen. Toch is het zo geweest; in Nederland nog aan het begin van de vorige eeuw. Dat blijkt onder meer uit de titel van een uit het Duits vertaald boek, dat verscheen in 1807 en ging over een nieuw vakgebied. De titel was Theorie der Statistiek of Staats-kunde. Statistiek was toen blijkbaar identiek aan staatskunde. Het was een vakgebied dat gewijd was aan kennis over een staat. En het betrof hier kennis in een brede zin. Deze kennis was hoofdzakelijk kwalitatief en bestond dus uit woorden. Slechts een klein gedeellte was kwantitatief…

PageLines