Bijeenkomsten in het verleden

Bijeenkomsten in 2015 [spoiler]

De voorjaarsvergadering wordt gehouden op 9 mei 2015 in de Sint Hippolytuskapel in Delft.

Het programma:
1000-1030            ontvangst
1030-1200

  • Huib Zuidervaart: Mathematische en Optische kennis in het 17e-eeuwse Delft
  • Dirk van Miert: Academisch erfgoed: opkomst en ondergang van het Festschrift
  • Piet Vree: Dirk Blankenbijl, stadsapotheker te Dordrecht

1200-1300            eenvoudige lunch
1300-1330            ledenvergadering (zie vergaderstukken in de bijlage)
1330-1500

  • Jenneke Krüger: Wiskundeonderwijs “tot oeffeninghe van het ingenieurschap ende andere mathematische conste”.
  • Alice Taatgen: De Groote Petrus Nannius van Alkmaar. De identificatie en herkomst van een oud geleerdenportret.
  • Tiemen Cocquyt: De oudste telescoop van Nederland

1500                     Bezoek Museum Prinsenhof, met rondleiding voor wie wil
aansluitend        Borrel in nabijgelegen café

Locatie: Sint Hipplolytuskapel, Oude Delft 118 (hoek Nieuwstraat) 2611 CG Delft

Aanmelden: Meldt u s.v.p. aan via office@gewina.nl, met vermelding of u een rondleiding wilt in het Prinsenhof en of u een Museumjaarkaart hebt.

Kosten: vrijwillige bijdrage (IBAN NL73INGB0000091341 of ter plaatse), en eigen toegang tot Museum Prinsenhof (€ 12,50 (of € 9.50 groepstarief), €2,50 met museumjaarkaart).

[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2014 [spoiler]

Op 13 december 2014 was de najaarsbijeenkomst in Utrecht, met als thema: Spiegel of Lachspiegel: De Betekenis van de Campus Novel voor de Wetenschaps- en Universiteitsgeschiedenis in de Lage Landen. Zie hier het programma.

Op 14 juni 2014 is de Gewina Voorjaarsvergadering, in Museum Vrolik in Amsterdam. Het thema van de dag is: ‘De rest is geschiedenis: hoe wetenschappelijke objecten historische collecties werden’. Het wordt een mooie dag, met lezingen over verschillende collecties (medisch en niet-medisch) en een rondleiding door het museum onder leiding van conservator Laurens de Rooij.

Programma:

10:00   Rondleiding voor Gewinaleden (groep 1), door conservator Laurens de Rooij (Museum Vrolik)

11:00   Pieter ter Keurs (Rijksmuseum van Oudheden), Het beheersen van het object. Nationale collecties en de angst voor onzekerheid

11:30   Eulàlia Gassó Miracle (Naturalis), “Orde! Orde!” Van rariteitenkabinet tot museum (1750-1850)

12:00   Hieke Huistra (Universiteit Utrecht), Audieu Albinus. Over hoe een anatomische collectie (g)een historisch object wordt

12:30   Lunch

13:15   Huishoudelijke vergadering van Gewina (alleen voor leden van Gewina)

Voor wie niet naar de vergadering gaat is er weer een rondleiding conservator Laurens de Rooij (groep 2)

14:15   Martin Weiss, Historiezucht: de musealisering van de instrumentenverzameling in Teylers Museum

14:45   Mieneke te Hennepe (Museum Boerhaave), Kalenders, kunst en klisteerspuiten: Jan Gerard de Lint en het onstaan van medisch erfgoed 1920-1940

15:15   Afsluiting, borrel

[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2013 [spoiler]

Voorjaarsvergadering ‘Academisch erfgoed in Vlaanderen’

24 mei 2013, Leuven

 Locaties:  Hollands College (http://www.kuleuven.be/hollandscollege), Museum HistarUZ  (http://www.uzleuven.be/histaruz/museum)

 

Programma :

Vanaf 10:30 ontvangst met koffie

11:00        Geert Vanpaemel, De koninklijke campus van Leuven

11:30        Joris Snaet, Het Theatrum anatomicum van de Oude Universiteit van Leuven

12:00        Mark Derez, Album van een wetenschappelijke wereld. Presentatie van een onbekend fotoalbum van omstreeks 1900

12 :30       Lunch

Aansluitend: huishoudelijke vergadering van Gewina; de agenda en de notulen van de vorige vergadering zijn binnenkort te vinden op www.gewina.nl.

14 :00       Isabel Rotthier, Inventarisering van de academische collecties in Vlaanderen: stand van zaken

14:40        Marike van Roon, Academisch Erfgoed in Nederland

15:30        Bezoek aan de collectie van HistarUZ en het Anatomisch Theater

Afsluiting, borrel

 

30 november 2013: Jubileumdag Gewina 100, Museum Boerhaave, Leiden

 

13 december 2013: najaarsvergadering, Kanunnikenzaal Utrecht

Een groep studenten in de biomedische wetenschappen aan de Vrije Universiteit weigerde in 2005 om zich te verdiepen in de evolutietheorie, omdat die in strijd was met hun geloof. De zaak leidde tot commotie en een publiek debat over evolutie en Intelligent Design, waarin naast onderzoekers ook toenmalig minister Maria van der Hoeven van Onderwijs zich mengde. De spanning tussen geloof en wetenschap was weer helemaal terug, lijkt het. Maar is dit wel een juiste constatering? Is die spanning wel ooit helemaal weg geweest? Daarover gaat het symposium ‘Theologie, waarheidsliefde en religiekritiek. Over geloof en wetenschap aan de Nederlandse universiteiten sedert 1815’, dat op 13 december plaatsvindt in Utrecht.

Organisatoren zijn het Belgisch-Nederlands genootschap voor wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis Gewina, het Descartes Centre for the History and Philosophy of the Sciences and the Humanities (UU) en de Commissie Geschiedschrijving UvA.

Programma

10.00 uur Ontvangst
10.30 Opening door de voorzitter, Leen Dorsman (UU)
10.45 Herman Paul (UL en RuG):Waarheidsliefde. Een negentiende-eeuwse constellatie van geloof en wetenschap
11.15 Wouter Marchand (RuG):De rijksstudiebeurzen en de religieuze homogeniteit van de universiteiten in Nederland, 1815-1945
11.45 Jan Brabers (RU):‘Vóór alles de echt wetenschappelijke methode’? Kwesties rond de benoeming van de hoogleraren theologie aan de Roomsch Katholieke Universiteit te Nijmegen in oprichting, 1919-1923
12.15 Vragen en debat
12.30 Lunchpauze. Tijdens de lunchpauze vindt de huishoudelijke vergadering plaats van het genootschap Gewina
13.30 Ab Flipse (VU):‘VU tussen twee vuren.’ De Vrije Universiteit als christelijke universiteit, 1968-1980
14.00 Rik Peels (VU):Theologie als verantwoord spreken over God
14.30 Pauze
15.00 Sijbolt Noorda:Kat in een vreemd pakhuis of kind aan huis? De positie van de theologie aan de Nederlandse universiteiten sinds 1980
15.30 Floris van den Berg (UU):Religiekritiek op de universiteit. Academisch atheïsme in Nederland
16.00 Slotdebat
16.30 Presentatie van de bundel De menselijke maat in de wetenschap. De geleerden(auto)biografie als bron voor de wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis, de negende congresbundel en de elfde titel in de reeks Universiteit & Samenleving
[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2012 [spoiler]

De najaarsbijeenkomst van Gewina wordt gehouden op vrijdag 7 december 2012:

“De geleerden(auto)biografie als bron in de wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis”.

Locatie: Kanunnikenzaal van de Faculty Club Helios, Achter de Dom 7, 3512 JN Utrecht, tel.  030-2539911.

Als u aan  het symposium wilt deelnemen, dient u zich daarvoor op te geven bij prof.dr. Leen Dorsman: l.j.dorsman@uu.nl, of bij dr. Peter Jan Knegtmans: p.j.knegtmans@uva.nl. Deelname aan het symposium is kostenloos.

Tijdens het symposium wordt ook de huishoudelijke vergadering van het genootschap gehouden. Lees hier de stukken voor de huishoudelijke vergadering en een mededeling van de voorzitter.

Programma:

Ontvangst vanaf 9.45 uur

Voorzitter van de ochtendsessie: Leen Dorsman

10.15: Opening door de voorzitter

10.30: Dirk van Miert: De geleerdenbiografie: de vroegmoderne    ontwikkeling van een genre

10.55: Herman Paul: Werken zolang het dag is: sjablonen van een negentiende-eeuws geleerdenleven

11.20: Pauze

11.45: Niels Graaf: Jacques Presser en de universiteitsgeschiedenis

12.10: Patricia Faasse: Een geleerde vrouw in het interbellum.        Waarover gaat het dan?

12.35: Vragen en debat

12.45: Pauze. Tijdens de lunchpauze vindt de huishoudelijke            vergadering van het genootschap Gewina plaats.
Voorzitter van de middagsessie: Peter Jan Knegtmans

14.00: Stefan van der Poel: De fysiologie van een leven: Izaac van Deen (1804-1869)

14.25: Marijn Hollestelle: ‘Vergeet de hartstocht niet’. Op zoek naar           de mens in de geleerdenbiografie

14.50: Pauze

15.10: Maarten van den Bos: J.A.J. Peters CssR en het vraagstuk van         de geestelijke vrijheid van Gods kinderen

15.35: Jeroen Bouterse: Methodologische implicaties van de           biografie als wetenschapshistorisch genre

16.00: Slotdebat
16.30: Presentatie van Universiteit, publiek en politiek. Het aanzien van  de Nederlandse universiteiten, 1800-2010

Politici en staatslieden, ondernemers, schrijvers, dichters, schilders, componisten, popartiesten, verzetsstrijders, kunstverzamelaars, sportlieden, koningen, prinsen en prinsessen, journalisten en critici, ze zijn door biografen van uiteenlopende slag en kwaliteit tot onderwerp genomen. Dit heeft geleid tot zeer verschillende boeken: van snel geschreven weinig diepgravende werken waarvoor niet te veel onderzoek is gedaan tot uiterst gedetailleerde meerdelige werken waarvoor de biograaf elk beschikbaar document, elk krantenknipsel en elk snippertje heeft gezien en gebruikt. In het beste geval geven zij nieuw inzicht in het gebied waarop de gebiografeerde actief was.

In sommige gevallen werpen zij licht op de groep, sociale laag, partij of beroepsgroep waartoe de hoofdpersoon behoorde. Dit geldt nog meer voor de autobiografie. De autobiograaf heeft immers vaak de bedoeling zijn of haar rol in het bijzonder voor het voetlicht te brengen. Biografieën en autobiografieën kunnen zo een correctie geven op de geschiedschrijving in een bepaald specialisme.

In de geleerden(auto)biografie komt de journalistieke benadering minder voor, maar dit betekent niet dat elke (auto)biografie van een denker of onderzoeker heel diepgravend is. Ook in deze groep wordt de polemiek niet geschuwd, evenmin als de zelfrechtvaardiging of de vie romancée. Een goede geleerdenbiografie kan een belangrijke bron zijn voor de wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis. Hier wordt inzicht gegeven in de ontwikkelingen in een bepaald vakgebied, de verhoudingen en het werk in kliniek of laboratorium, de verhoudingen in een faculteit, het werk dat achter de schermen werd verricht, de ruzies rond een benoeming of in de contacten die op congressen werden gelegd. Dikwijls dragen dergelijke boeken ook bij tot inzicht in het studentenleven van de hoofdpersoon en in het onderwijs dat hij of zij genoot.

Toch laat de geleerdenbiografie nogal eens te wensen over. Naast schitterende voorbeelden van een gedegen behandeling van het wetenschappelijke werk van de hoofdpersoon komt het voor dat de biograaf te weinig begrijpt van diens vakgebied en hierdoor te veel aan de oppervlakte blijft. Voorts wordt soms weinig aandacht besteed aan de inhoud, vorm en kwaliteit van diens onderwijs. En hoe vaak wordt in zo’n biografie zicht geboden op de vele informele contacten die er bestonden en bestaan? Hoe ging het op congressen toe of in de genootschappen, de verenigingen en clubs, de diners en borrels? Hoe zat het met schoolvorming? Welke contacten hadden studenten en hoogleraren en hun medewerkers met bedrijven en maatschappelijke organisaties?

Op het symposium ‘De geleerden(auto)biografie als bron in de wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis’ komen enkele van deze vragen aan de orde. Met welk doel werden zij geschreven? Welke contacten hadden geleerden zoal? In hoeverre probeerden professoren hun studenten te beïnvloeden? Kán een biografie wel bijdragen aan de wetenschaps- of universiteitsgeschiedenis? Welke zijn de methodologische implicaties van de biografie als wetenschapshistorisch genre?

Dit symposiom wordt georganiseerd door het Belgisch-Nederlands genootschap voor wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis Gewina, in samenwerking met het Huizinga Instituut en het Descartes Centre for the History and Philosophy of the Sciences and the Humanities.

[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2011 [spoiler]
A Conference on the triangular relationship between scientific research, academic heritage and university cultures of remembrance. The aim of this two-day conference is to discuss the triangular relationship between scientific research, the opening up of academic heritage and the creation of a culture of remembrance. Two series of questions are at the centre of this symposium. (1) Firstly, we would like to examine, from a historiographical perspective, the relationship between university history, the culture of remembrance in general and university jubilees in particular. (2) Secondly, the place of academic heritage in the creation and communication of (historical) knowledge of universities and scientific practices will be considered. Through a combination of both central themes, the conference aspires to offer some innovative perspectives for writing contemporary university history.

Research questions

A variety of questions can be elaborated through cases and ongoing research. What are specific challenges when writing a university history on the occasion of a jubilee and in which way these challenges can be taken up? How universities are dealing with their own past and which commemorative practices they are using in this process? In this respect we also want to pay attention to jubilees that were organised by universities for certain professors or to commemorate important historical events. We would like to invite explicitly those participants who present (part of) a project that is started on the occasion of an upcoming jubilee, to discuss the challenge to commemorate the glorious past of their own institution. Could a transnational perspective or a focus on the international circulation of knowledge encourage a more reflective approach? In addition to rather historiographical and methodological-theoretical contributions, we also would like to receive proposals that reflect on the place of academic heritage in this regard. All movable and immovable patrimony under the administration of the university, valuable from a scientific and/or historical perspective, is part of this heritage. In which way academic heritage was and is used for the public representation of the university as an historical entity? How universities were and are dealing with their historical collections and how can these be employed for historical research? The contact with academic heritage leads to questions about the relation between university history and the history of science, the history of institutions and the history of discipline formation.

Plenary keynote speakers

  • Prof. Dr. Sylvia Paletschek (Albert-Ludwigs-Universität Freiburg) will present the status quaestionis with regard to university history in Germany. Among other topics, she will discuss the issue how the demands of a modern historiography can be reconciled with the expectations of university authorities when celebrating their institution on the occasion of a jubilee.
  • Dr. Emmanuelle Picard (Institut National de Recherche Pédagogique, Paris) will give a similar lecture, applied to the situation in France, where on the one hand the tradition of jubilees does not exist as a result of the reforms of Napoleon, but on the other hand this does not prevent current universities to reconstruct their history, going back to the middle ages.
  • Prof. Dr. Laurence Brockliss (Oxford University) will give a keynote lecture on the ways of avoiding triumphalist history, applied to the history of Magdalen to commemorate its 550th anniversary and history of Oxford University in general.
  • Prof. Dr. Thomas Bremer (Martin-Luther-Universität Halle), president of “Universeum. European Academic Heritage Network”, will discuss from a historical perspective the topic of displaying research objects of the humanities in university collections.

Ghent University 1817-2017

This conference is the first of many activities anticipating the bicentenary of Ghent University in 2017. It is organized within the scope of UGentMemorie, the historical platform of Ghent University founded in 2010 by the Institute of Public History. UGentMemorie collects history, memories and heritage of Ghent University and stimulates research on academic life in al its diversities. Future activities concerning Ghent University 1817-2017 will be listed at www.UGentMemorie.be (for the time being mainly in Dutch).

Fact sheet:

  • Academic Culture of Remembrance. A Conference on the triangular relationship between scientific research, academic heritage and university cultures of remembrance.
  • Ghent, March 16 and 17, 2011
  • Conference Web site

Belgisch-Nederlands genootschap voor wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis Gewina – Descartes Centre for the History and Philosophy of the Sciences and the Humanities – Huizinga Instituut organiseren het symposium:

  • Het aanzien van de Nederlandse universiteiten (2 december 2011)

De Nederlandse universiteiten zijn in nood. In de laatste 35 jaar is het aandeel voor het wetenschappelijk onderwijs uit het bruto nationaal product gehalveerd, terwijl de universiteiten in aantal en omvang groeiden. Als gevolg hiervan daalt de rijksbijdrage per student al jaren achtereen. Bovendien is door verschillende maatregelen de beleidsruimte van de universiteiten sterk beknot. Des te verontrustender is het daarom dat ook het aandeel uit het bnp dat Nederlandse bedrijven uitgeven aan research & development beneden het Europese gemiddelde ligt. Toch vindt de regering dat Nederland tot de wereldtop van kenniseconomieën moet behoren. De vraag is of deze doelstelling wordt ondersteund door het regeringsbeleid. Komen de bezuinigingen voort uit een goed bedoeld streven de efficiëntie van het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek te verbeteren? Of is het eenvoudig minachting voor de universiteiten?

Inmiddels is het bijna onvoorstelbaar dat er tijden waren waarin de universiteiten veel prestige genoten en er op grote schaal in wetenschappelijk onderwijs en onderzoek werd geïnvesteerd. Na de Tweede Wereldoorlog was Nederland in vrijwel alle wetenschappen achterop geraakt en werden enorme sommen op de rijksbegroting uitgetrokken. Veel universiteiten werden uitgebreid met alle bestaande en nieuwe specialismen en studierichtingen. Voor de huisvesting hiervan verschenen in veel universiteitssteden nieuwe universiteitswijken, terwijl Eindhoven en Enschede geheel nieuwe technische hogescholen kregen.
Men zou kunnen zeggen dat in die tijd de hoop van de natie op de universiteiten was gevestigd. Dit suggereert op zijn minst dat de appreciatie van universiteiten fluctueert. Dit komt ook tot uiting in hun zelfbeeld. Veel Nederlandse universiteiten waren en zijn gevestigd in voormalige katholieke kerken en leegstaande kloosters, afdankertjes dus. Maar omstreeks 1900 werden in Groningen en Utrecht midden in de stad indrukwekkende academiegebouwen neergezet. Veel van de klinieken en laboratoria die tussen 1890 en 1940 in de universiteitssteden werden gebouwd, zijn nog altijd markant aanwezig. En ook heel recent nog verrees op veel plaatsen spectaculaire universitaire nieuwbouw en werden oude gebouwen smaakvol gerestaureerd of heringericht.
Op het symposium ‘Het aanzien van de Nederlandse universiteiten’ komen enkele van deze ontwikkelingen aan de orde. Hoe was de reputatie van de Nederlandse universiteiten in het napoleontische rijk? Hoe zagen de studenten zichzelf in de negentiende eeuw? Wat was de plaats van de gereformeerde Vrije Universiteit in de natuurwetenschap? Hoe was de verhouding tussen de universiteiten en de chemische industrie? Wat was in het algemeen de beeldvorming over de universiteiten en hoe presenteerden deze zichzelf in woord en gebouw?

Dit achtste symposium in de reeks Universiteit & Samenleving wordt georganiseerd door Gewina, het Descartes Centre for the History and Philosophy of the Sciences and the Humanities en het Huizinga Instituut.

Deelname aan het symposium is kosteloos. Met het oog op de catering verzoeken wij deelnemers zich op te geven bij een van de organisatoren: prof. dr. L.J. Dorsman (Universiteit Utrecht), e-mail: l.j.dorsman@uu.nl, of dr. P.J. Knegtmans (Universiteit van Amsterdam), e-mail: p.j.knegtmans@uva.nl.

Symposium Het aanzien van de Nederlandse universiteiten

Plaats (Google Maps-link)

  • Kanunnikenzaal
    Faculty Club Helios
    Achter de Dom 7
    3512 JN Utrecht

Programma

  • Ontvangst vanaf 10.00 uur
  • 10.30 uur Opening door de voorzitter, Peter Jan Knegtmans
  • 10.40 uur Sijbolt Noorda:
    Universiteiten kijken in de spiegel. Drie rapporten uit de periode 1985–2010
  • 11.00 uur Martijn van der Burg:
    Het aanzien van het Nederlandse hoger onderwijs in het keizerrijk van Napoleon
  • 11.30 uur Annelies Noordhof:
    Betrokken, maar neutraal. De landelijke studentenpers en het (zelf)beeld van de Nederlandse studenten in de tweede helft van de negentiende eeuw
  • 12.00 uur Ab Flipse:
    ‘Geen weelde, maar een offer’. De faculteit der Wis- en Natuurkunde van de VU tussen gereformeerde achterban en wetenschappelijke gemeenschap, 1930-1943
  • 12.30 uur
    Vragen en debat
  • 12.45 uur Pauze
    Tijdens de lunchpauze vindt de huishoudelijke vergadering van het genootschap Gewina plaats.Voorzitter middagsessie: Leen Dorsman
  • 14.00 uur Marijn Hollestelle:
    Het beeld van de universitaire chemie bij industrie en academie
  • 14.30 uur Marja Gastelaars:
    De fysieke verschijningsvorm van de universiteit
  • 15.00 uur
    Pauze
  • 15.30 uur Rogier van der Wal:
    Een klassieke haat-liefdeverhouding. Het politieke aanzien van de Nederlandse universiteiten
  • 16.00 uur
    Slotdebat
  • 16.30 uur
    Presentatie van Van Lectio tot PowerPoint. Over de geschiedenis van het onderwijs aan de Nederlandse universiteiten, de bundel die de neerslag vormt van het vorig jaar gehouden symposium in de reeks Universiteit & Samenleving

Over de sprekers

  • Dr. Martijn van der Burg is docent bij de opleiding Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in de Franse expansie onder Napoleon. Daarover schreef hij onder andere Nederland onder Franse invloed. Culturele overdracht en staatsvorming in de napoleontische tijd, 1799-1813 (2009).
  • Prof. dr. Leen Dorsman is hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij is verbonden aan het Utrechtse Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis, waar hij naast de universiteitsgeschiedenis de historiografie en de theorie van de geschiedenis doceert. Hij publiceerde onder meer G.W. Kernkamp (1864–1943). Historicus en democraat, redigeerde Beroep op de wetenschap. Utrechtse geleerden tussen universiteit en samenleving 1850–1940 en bezorgde met Wim Berkelaar en Pieter van Hees: Pieter Geyl, Ik die zo weinig in mijn verleden leef. Autobiografie 1887–1940. Met P.J. Knegtmans is hij uitgever van de reeks Universiteit & Samenleving.
  • Drs. Ab Flipse werkt als wetenschapshistoricus aan de VU aan een promotieonderzoek over verzuiling en natuurwetenschap in Nederland. Zijn onderzoek richt zich op negentiende- en twintigste-eeuwse universiteitsgeschiedenis en de geschiedenis van de relatie geloof-wetenschap. Hij publiceerde onder meer ‘Hier leert de natuur ons zelf den weg.’ Een geschiedenis van Natuurkunde en Sterrenkunde aan de VU (2005) en ‘The Origins of Creationism in the Netherlands. The Evolution Debate among Twentieth-Century Dutch Neo-Calvinists’, Church History: Studies in Christianity and Culture (te verschijnen maart 2012).
  • Dr. Marja Gastelaars is historisch socioloog. Ze is verbonden aan de Utrechtse School voor Beleids- en Organisatiewetenschap en publiceert regelmatig over uitvoerende organisaties in en rond het publieke domein, met speciale aandacht voor de impact van materiële aspecten als gebouwen en IT, op hun alledaagse processen. Een publicatie van haar hand over universitaire gebouwen-in-gebruik: ‘What do buildings do? How buildings-in-use affect organizations,’ in: Alfons van Marrewijk en Dvora Yanow (red.), Organizational Spaces (Cheltenham en Northampton 2010).
  • Dr. Marijn Hollestelle studeerde natuurkunde en wetenschapsgeschiedenis te Utrecht. Zijn master’s thesis schreef hij over de Amsterdamse fysicus en pedagoog Philip Kohnstamm. In 2011 promoveerde hij in Leiden op het proefschrift Paul Ehrenfest. Worstelingen met de moderne wetenschap, 1912–1932, een studie over het leven en werk van de Leidse hoogleraar theoretische fysica Paul Ehrenfest. Sinds maart 2010 werkt hij als postdoc bij de Stichting Historie der Techniek (TU/e) aan een onderzoek naar de geschiedenis van de polymeerchemie in Nederland.
  • Dr. Peter Jan Knegtmans is als universiteitshistoricus verbonden aan het Departement Geschiedenis, Archeologie en Regiostudies van de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde over de geschiedenis van deze universiteit en haar voorloper, het Athenaeum Illustre, over de medische faculteit in Maastricht, het socialisme in Nederland, de bezettingsjaren en het studentenleven. Onlangs verscheen zijn Amsterdam. Een geschiedenis. Nu werkt hij aan een biografie van de farmacoloog professor Ernst Laqueur (1880–1947), medeoprichter van de NV Organon.
  • Dr. Sijbolt Noorda studeerde in Amsterdam, Utrecht en New York. Sinds 1984 is hij universiteitsbestuurder, momenteel als voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU). Daarnaast vervult hij bestuursfuncties bij verscheidene openbare instellingen in Nederland en elders in Europa. Hij is voorzitter van de redactie van de Academische Boekengids en van de Canon van de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs.
  • Drs. Annelies Noordhof-Hoorn studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met prof. dr. K. van Berkel verzorgde zij de uitgave van de minnebrieven van de Groningse astronoom Kapteyn: ‘Lieve Lize’. De minnebrieven van de Groningse astronoom J.C. Kapteyn aan Elise Kalshoven, 1878-1879 (Groningen 2008). Momenteel verricht zij promotieonderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse studentenpers in de negentiende en twintigste eeuw. Hierover publiceerde zij ‘Panathenaeum. Een Gronings studentenblad in de begintijd van de Nederlandse studentenpers (1842-1843)’, TS – Tijdschrift voor tijdschriftstudies 27 (2010): 62-77.
  • Dr. Rogier van der Wal is strategisch beleidsadviseur hoger onderwijs bij de gemeente Almere. Hij was in diverse functies werkzaam bij de Vrije Universiteit, de Universiteit Leiden en de VSNU. Hij studeerde Griekse en Latijnse taal en cultuur, wijsbegeerte, oudheidkunde en algemene letteren aan de VU en promoveerde daar in 2005 op De summo bono quod continet philosophiam. Een onderzoek naar Cicero’s De finibus bonorum et malorum, boek IV en V. Hij was actief als gastdocent in Hongarije en de VS. Naast zijn werk heeft hij nu bijna een master bestuurskunde afgerond.
[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2010 [spoiler]

(Pour une annonce en français, venez ici)
Voorjaarsvergadering van GEWINA, Belgisch-Nederlands Genootschap voor Wetenschaps- en Universiteitsgeschiedenis / Société Belgo-Néerlandaise pour l’Histoire des Sciences et des Universités, in samenwerking met
  • Nationaal Comité voor Logica, Geschiedenis en Filosofie van de Wetenschappen (NC)
  • Nationaal centrum voor de geschiedenis van de Wetenschappen (NCGW)

Zaterdag 27 maart
Paleis der Academien, Koninklijke Stallingen, Hertogsstraat 1 te 1000 Brussel
  • 9h30Ledenvergadering Nationaal Comite
  • 10h15 Welkom/Accueil – Koffee
  • 10h45 Alix Badot (CN/NC, B) en Pascal Majérus (CNHS/NCGW, B)
    Online bronnen voor de wetenschapsgeschiedenis in België – Sources en ligne pour l’histoire des sciences en Belgique
  • 11h30 Huib Zuidervaart en Ilja Nieuwland (Huygensinstituut, NL)
    Online resources for the History of Science from the Nederlands: the DWC (Dutch – History of Science – Web Centre) and the web-based ‘collaboratory of 17th century scholarly correspondences
  • 12h15 Gewina huishoudelijke vergadering
  • 13h Lunch
  • 13h30 Rondleiding door aan het Paleis der Academien (Prof. Dr Jan Roegiers)
  • 14h15 Robert-Jan Wille (Radboud Universiteit Nijmegen, NL)
    Van microscopisten tot stationisten. De wortels van de lobby voor biologische onderzoeksstations in Nederland en Indië
  • 14h45 Myriam Mertens (Universiteit Gent, B)
    Rationele therapeutiek in een koloniale context: het medisch laboratorium van Leopoldstad en de ontwikkeling van een Belgische tropische geneeskunde.
  • 15h15 Sofie Onghena (K.U.Leuven, B)
    De popularisering van laboratoriumwetenschap in België op het einde van de negentiende eeuw
  • 16h Borreltje
om deel te nemen melde men zich bij Fabienne Van Horenbeeck, secretares van het Nationaal centrum voor Wetenschapsgeschiedenis, per e-mail : fabienne.vanhorenbeeck@kbr.be of per tel : +32-(0)2-519.56.12 (voor 20 maart)
Betaling:
op volgend konto 15,- € voor lunch betalen met mededeling : « voorjaarsvergadering GEWINA + naam » 000-1588722-56 ; IBAN BE20 00015887 2256 BIC : BPOTBEB1. Er bestaat ook de mogelijkheid om ter plaatse te betalen

Menige universitaire docent vertoont op college foto’s of fragmenten van tv-uitzendingen, documentaires, interviews en zelfs van speelfilms. In een handomdraai laat hij of zij veel voorkomende ziektebeelden of oude handschriften op een beeldscherm verschijnen. Anderen ondersteunen hun college met grafieken en tabellen. Al deze hulpmiddelen dienen om de aandacht van de studenten vast te houden en hen met de docent te laten meedenken. Het gebruik ervan maakt duidelijk dat tegenwoordig veel belang wordt gehecht aan de didactiek en de effectiviteit van het onderwijs.

Deze ontwikkeling is een van de belangrijkste verworvenheden van de democratiseringsbeweging van de jaren 1960 en 1970. De komst van wetenschappelijke medewerkers in vaste dienst maakte het bovendien mogelijk te experimenteren met meer arbeidsintensieve vormen van onderwijs. Er kwamen werkgroepen waarin inbreng werd verwacht van de studenten zelf. Er kwamen curricula met een duidelijke opbouw, waarin na het kandidaatsexamen de mogelijkheid bestond tot verdieping en specialisatie. Er kwamen op gezette tijd tentamens en herkansingen en meer en meer werd gepoogd vast te stellen wat de studenten op enig moment moesten kennen en kunnen. Universitair onderwijs is inmiddels niet langer eenrichtingsverkeer. Het moet de nieuwsgierigheid prikkelen en inspireren tot zelfwerkzaamheid.

Dit is een radicale verandering, als men bedenkt dat het eeuwenlang gebruik was dat de hoogleraar op dicteersnelheid een dictaat voordroeg en moeilijke passages uitlegde. Deze vorm van doceren domineerde tot ver in de negentiende eeuw, en was ook in de twintigste eeuw nog niet uitgestorven. Toch begon het onderwijs in de negentiende eeuw al te veranderen. Er werd geleidelijk overgeschakeld van het Latijn naar het Nederlands, hier en daar werd gepoogd de colleges te verlevendigen en er werd plaats ingeruimd voor praktisch en klinisch onderwijs.

Op het symposium ‘Van Lectio tot PowerPoint’ komen enkele van deze ontwikkelingen aan de orde. Wat was het doel van het negentiende-eeuwse onderwijs en wat vonden de studenten hiervan? Hoe verliep het opkomst van het praktisch onderwijs in laboratoria en wat betekende dit voor de kabinetten en verzamelingen? Hoe ontwikkelde zich het klinisch onderwijs in de geneeskunde en de gedragswetenschappen? Welke hulpmiddelen werden op college gebruikt? Hoe werd vorm gegeven aan de opdracht studenten voor te bereiden op zelfstandige beoefening van de wetenschap?

Dit zevende symposium in de reeks Universiteit & Samenleving wordt georganiseerd door het Descartes Centre for the History and Philosophy of the Sciences and the Humanities, het Huizinga Instituut en de Werkgroep Universiteitsgeschiedenis.

Met het oog op de catering dienen deelnemers zich op te geven bij een van de organisatoren: prof. dr. L.J. Dorsman (Universiteit Utrecht) of dr. P.J. Knegtmans (Universiteit van Amsterdam). Deelname aan het symposium is kosteloos.

Plaats

Belle van Zuylenzaal, Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht

Programma

  • Ontvangst vanaf 10.00 uur
  • 10.30 uur
    Opening door de voorzitter, Leen Dorsman
  • 10.45 uur
    Peter Jan Knegtmans: Liefde voor de wetenschap. Negentiende-eeuws universitair onderwijs tussen Duitse degelijkheid en Franse helderheid
  • 11.15 uur
    Hieke Huistra: Collecties op college. Het gebruik van anatomische verzamelingen in het negentiende-eeuwse geneeskundeonderwijs
  • 11.45 uur
    Annemarie de Knecht-van Eekelen: Een strijd tussen praktijk en theorie, tussen kliniek en wetenschap. Het universitaire onderwijs in de geneeskunde in Nederland rond 1900
  • 12.15 uur
    Vragen en debat
  • 12.30 uur
    Lunchpauze: Tijdens de lunchpauze vindt de huishoudelijke vergadering plaats van het genootschap Gewina
  • 13.45 uur
    Marijn Hollestelle: Hervorming van het natuurkundeonderwijs in Nederland, 1900-1940
  • 14.15 uur
    Annemieke Hoogenboom: In plaats van originelen? Reproducties in het kunsthistorisch onderwijs
  • 14.45 uur
    Pauze
  • 15.15 uur
    Marjoke Rietveld-van Wingerden: Jan Waterink (1890-1966) en zijn onderwijs in de psychologie en pedagogiek
  • 15.45 uur
    Slotdebat
  • 16.15 uur
    Presentatie van Het universitaire bedrijf. Over professionalisering van onderzoek, bestuur en beheer, de bundel die de neerslag vormt van het zesde symposium in de reeks Universiteit & Samenleving

Over de sprekers

  • Marijn Hollestelle MSc studeerde natuurkunde en wetenschapsgeschiedenis te Utrecht. Zijn masters’ thesis schreef hij over de Amsterdamse fysicus/pedagoog Philip Kohnstamm. In 2006 werd hij aio te Leiden; zijn proefschrift over het leven en werk van de Leidse hoogleraar theoretische fysica Paul Ehrenfest zal hij binnenkort verdedigen. Vanaf maart 2010 werkt hij als postdoc bij de Stichting Historie der Techniek (TU/e) aan een onderzoek naar de geschiedenis van de polymeerchemie in Nederland.
  • Dr. Annemieke Hoogenboom is docent en onderzoeker bij de opleiding kunstgeschiedenis van het Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis te Utrecht. Zij doet onderzoek naar de geschiedenis van de kunstgeschiedenis in Nederland sinds de oprichting van de  leerstoelen in 1907. Haar belangrijkste publicaties op dit gebied zijn ‘Kunstgeschiedenis aan de universiteit: Willem Vogelsang (1875-1954) en Wilhelm Martin (1876-1954)’, in: Peter Hecht e.a. (red.), Kunstgeschiedenis in Nederland (Amsterdam 1998) en De evolutie van de compositie. De kunsthistorische onderwijsplaten van Willem Vogelsang (1875-1954)
  • Hieke Huistra MSc studeerde wetenschapsgeschiedenis in Utrecht. Nu werkt ze bij de Universiteit Leiden aan een proefschrift over de Leidse anatomische collecties in de negentiende eeuw. Ze onderzoekt hoe inhoud, gebruik en opstelling van die collecties veranderden door de veranderingen in het (medisch) hoger onderwijs en in de geneeskunde. Daarnaast ontwikkelt ze een module wetenschapsgeschiedenis voor middelbare scholieren bij het Junior College aan de Universiteit Utrecht.
  • Dr. Annemarie de Knecht-van Eekelen is in 1984 gepromoveerd op een medisch-historisch proefschrift getiteld Naar een rationele zuigelingenvoeding. Voedingsleer en kindergenees-kunde in Nederland 1840-1914. In de jaren negentig was zij als universitair docent in de medische geschiedenis verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zij was onder meer penningmeester en voorzitter van het Genootschap Gewina en redactiesecretaris van het tijdschrift Gewina.
  • Dr. Peter Jan Knegtmans is universiteitshistoricus aan het Departement Geschiedenis, Archeologie en Regiostudies van de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde over deze universiteit, het Athenaeum Illustre, over de medische faculteit in Maastricht, de bezettingsjaren, Amsterdam en het studentenleven. Nu werkt hij aan een biografie van de farmacoloog professor Ernst Laqueur (1880-1947), medeoprichter van de nv Organon.
  • Dr. Marjoke Rietveld-van Wingerden is universitair docent aan de Faculteit der Psychologie en Pedagogiek van de Vrije Universiteit. Zij doet onder meer historisch onderzoek naar de eigen faculteit, waarvan Jan Waterink de grondlegger is geweest, en naar het ortho-pedagogisch werk dat hieruit voortvloeide, zoals het Pedologisch Instituut van de VU.
[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2009 [spoiler]

Tweede Huygens-Descarteslezing door Paula Findlen (Amsterdam, 18 juni 2009)

De Huygens-Descarteslezing zal dit jaar worden verzorgd door Prof. Paula Findlen van de Stanford-universiteit in Californië. De titel van haar lezing is:

» Science in the Mirror of Enlightenment Europe: The Making of Francesco Algarotti’s Newtonianism for Ladies «

Paula Findlen is Ubaldo Pierotti Professor in Italian History aan Stanford University. Professor Findlen verrichtte grensverlegend onderzoek op het gebied van de vroegmoderne wetenschappelijke cultuur. In 1994 publiceerde ze het inmiddels klassieke Possessing nature. Museums, collecting, and scientific culture in early modern Italy, waarin ze het belang van de vroegmoderne verzamelcultuur onder de aandacht bracht. Verder redigeerde ze Athanasius Kircher. The last man who knew everything (2004). Findlen is zeer geïnteresseeerd in de rol van gender in de wetenschappelijke cultuur, en zal in haar lezing ingaan op het destijds in heel Europa populaire boek van de Italiaanse graaf Francesco Algarotti, Il Newtonianismo per le dame (1739).

De lezing vindt plaats op donderdag 18 juni, om 15.30 in de Zuilenzaal van Felix Meritis, Keizersgracht 325 te Amsterdam. Toegang is gratis, mits aangemeld via e-mail. Na afloop vindt in de zaal de voorjaarsvergadering van Gewina plaats.

Lokatie:

  • Felix Meritis
  • Keizersgracht 324
  • 1016EZ Amsterdam
[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2008 [spoiler]Voorjaarsvergadering Gewina (19 april 2008)

De Gewina-voorjaarsvergadering vindt dit jaar plaats op zaterdag 19 april, vanaf 10 uur ’s ochtends in de Nottebohmzaal van de Stadsbibliotheek, Korte Nieuwstraat (publieksingang) te Antwerpen. De kosten van de bijeenkomst bedragen € 10,00. Opgave graag voor dinsdag 15 april 2008.

Programma:

 

  • 10.00 – 10.40
    Ontvangst
  • 10.40 − 11.20
    Pieter Martens (KU Leuven): Vestingbouw en militaire ingenieurs in de Nederlanden tijdens de 16de eeuw
  • 11.20 – 12.00
    Marijn Hollestelle (RU Leiden): De maatschappelijke natuurkunde van Paul Ehrenfest. Theoretische fysica als redding voor een economie in crisistijd
  • 12.00 – 12.30
    Huishoudelijke vergadering Gewina (klik hier voor de agenda)
  • 12.30 – 14.00
    Lunch, op eigen gelegenheid
  • 14.00 – 14.40
    Brigitte van Tiggelen (Louvain-la-Neuve): Oxygen, phlogiston and the practice of chemistry. J.B. Van Mons and the reduction of calx of mercury
  • 14.40 – 15.20
    Huib Zuidervaart (Huygens Instituut, KNAW, Den Haag): Het spanningsveld tussen retoriek en realiteit. De waarnemingspraktijk op het astronomisch observatorium van de Amsterdamse Maatschappij van Verdienste ‘Felix Meritis’, 1786-1889
  • 15.20 – 16.00
    Raf de Bont (KU Leuven): “Exploration! Exploration! Exploration!” Het Natuurhistorisch Museum van Brussel en de revival van de Belgische veldbiologie
  • 16.00
    Afsluiting.

Trein
De Stadsbibliotheek bevindt zich op twintig minuten lopen van station Antwerpen Centraal. Treinen rijden tweemaal per uur vanuit Amsterdam (vertrektijd vier minuten voor het hele en halve (Thalys) uur; reistijd naar Antwerpen: 2 uur), via Den Haag HS (reistijd: 75 minuten), Rotterdam (reistijd: 1 uur) en Roosendaal (reistijd: 30 minuten). Laatste trein terug: 22:59 vanaf Antwerpen Centraal. Voor de Thalys van Amsterdam naar Antwerpen v.v. is een toeslag en reservering verplicht; voor de reguliere internationale trein (die er even lang over doet) geldt dat niet. Meer informatie vindt u hier.

Auto
Parkeren in de directe omgeving van de bibliotheek is uiterst problematisch. Via deze link kunt u informatie krijgen over parkeren in Antwerpen.[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2007 [spoiler]Najaarsbijeenkomst Gewina

Huygens Instituut voor Literatuur- en Wetenschapsgeschiedenis
Den Haag

Zaterdag 1 december 2007

  • 10.00 – 10.40 Ontvangst
  • 10.40 − 11.00 Henk Wals (Huygens Instituut)
  • Het Huygens Instituut en zijn wetenschapshistorisch programma
  • 11.00 – 11.45 Frans van Lunteren (VU Amsterdam / RU Leiden)
  • De meterconventie van 1875 en de Nederlandse ‘Alleingang’
  • 11.45 – 12.30 Geert Vanpaemel (KU Leuven)
  • In het voetspoor van Stevin? Migratie van wiskundigen voor en na de Scheiding
  • 12.30 – 13.15 Lunch, aangeboden door het Huygens Instituut
  • 13.15 – 14.15 Huishoudelijke vergadering Gewina
  • 14.15 – 15.00 Peter Koolmees (U Utrecht)
  • Over werkpaarden en troeteldieren: diergeneeskunde in historisch perspectief
  • 15.00 – 15.45 Bert Theunissen (U Utrecht)
  • Fokken zonder Mendel, of: de morele Friese melkkoe
  • 15.45 Afsluiting en borrel, aangeboden door het Huygens Instituut
  • Website Huygens Instituut

Gewina Voorjaarsbijeenkomst 2007

Museum Boerhaave, Leiden
Zaterdag 17 maart 2007

Thema:
‘Kunstgrepen’

  • 10.00 – 10.15 Ontvangst
    10.15 – 11.00 drs. Bart Grob (Museum Boerhaave)
    Medische techniek in opmars
    11.00 – 11.45 Herman Broers (biograaf van Willem Kolff)
    ‘Dokter Kolff, kunstenaar in hart en nieren’
    11.45 – 12.30 Leo van Bergen (Medische Geschiedenis, Metamedica, VUmc, Amsterdam)
    Mens of monster? Plastische gezichtschirurgie en de Eerste Wereldoorlog
    12.30 – 13.15 Lunch, op eigen gelegenheid
    13.15 – 14.00 Huishoudelijke vergadering Gewina (zie agenda hieronder!)
    14.00 – 14.45 Andries J. van Dam (Anatomisch Museum RU Leiden)
    Sterk water moet verboden worden!
    14.45 – 15.30 Rolf ter Sluis (Universiteitsmuseum Groningen)
    “We gaan het helemaal anders doen”
    15.30 – 16.15 Mieneke te Hennepe (Museum Boerhaave)
    Huid in beeld: microscopische afbeelding en het lichaamsconcept in de negentiende eeuw
    16.15 Afsluiting

Agenda Huishoudelijke Vergadering

  1. Opening en mededelingen
  2. Notulen 14 oktober 2006
  3. Fusieplannen en de consequenties hiervan voor de vereniging en het tijdschrift
  4. Bestuurssamenstelling
  5. Financieel verslag 2006 en begroting 2007
  6. Verslag van de kascommissie
  7. Verslag van de secretaris over 2006
  8. Gewina internationaal
  9. Gewina + onderwijs
  10. PR
  11. Tijdschrift
  12. Rondvraag en sluiting
[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2006 [spoiler]De verhouding tussen filosofie en natuurwetenschap: scènes uit een huwelijk

Najaarsbijeenkomst Gewina
Utrechts Universiteitsmuseum, Open Depot
Zaterdag 14 oktober 2006

  • 10.00 – 10.30 Ontvangst
  • 10.30 – 11.10 dr. Christoph Lüthy (Radboud Universiteit Nijmegen)
  • Is natuurfilosofie filosofie of natuurwetenschap?
  • 11.10 – 11.50 dr. Eric Jorink (Huygens Instituut, KNAW, Den Haag)
  • Gaten in Gods scheppingsplan? Jan Swammerdam (1637-1680) over contingentie,
  • spontane generatie en atheïsme.
  • 11.50 – 12.20 Huishoudelijke vergadering Gewina
  • 12.20 – 13.40 Lunch, op eigen gelegenheid
  • 13.40 – 14.20 prof.dr. Wiep van Bunge (Erasmus Universiteit Rotterdam)
  • Filosofie en wetenschap in de achttiende eeuw.
  • 14.20 – 15.00 dr. Henri Krop (Erasmus Universiteit Rotterdam)
  • Het moeizame einde van een huwelijk (1687-1781); filosofen in de rol van echtscheidingsadvocaat.
  • 15.00 – 15.40 prof.dr. Bert Theunissen (Universiteit Utrecht)
  • Wetenschapsfilosofie en wetenschapsgeschiedenis: komt het ooit nog goed?
  • 15.40 Afsluiting

Agenda Huishoudelijke Vergadering
Opening en Mededelingen
Notulen 20 mei 2006
Financieel verslag 2005 en begroting 2006
Benoeming kascomissie 2006
Gewina internationaal
Gewina professioneel
Gewina + onderwijs
PR
Tijdschrift
Rondvraag en sluiting


Symposium ‘suiker, gist, spiritus’

Gewina Voorjaarsbijeenkomst in samenwerking met het Jenevermuseum te Hasselt (België)

Zaterdag, 20 mei 2006

Programma:

  • 10.45u – 11.00u: ontvangst met koffie
  • 11.00u – 11.05u: inleiding, Prof. dr. E. Homburg, Universiteit Maastricht
  • 11.05u – 11.35u: De Belgische suikerscholen rond 1900, Prof. dr. Deelstra H. (en Ir. Péters M.), Universiteit Antwerpen
  • 11.35u – 12.05u: Conserven, confecten en siropen. Suiker in de farmacie, Dr. A.I. Bierman, Universiteit Leiden
  • 12.05u – 12.35u: The circulation of sugar cane expertise at the proefstation voor de Java-suikerindustrie, Pasuruan,
  • Dr. D.C. Mehos, Technische Universiteit Eindhoven
  • 12.35u – 13.35u: lunch in het Borrelhuis & Huishoudelijke Vergadering Gewina
  • 13.35u – 14.15u: suiker, GIST, spiritus. Rondleiding in de tentoonstelling, Davy Jacobs, Nationaal Jenevermuseum
  • 14.15u – 14.45u: Inzichten in gist en gisting in de 19de eeuw en de verspreiding ervan via hogescholen en universiteiten,
  • Prof. dr. E. Van Schoonenberghe, Katholieke Hogeschool Sint-Lieven, Gent
  • 14.45u – 15.15u: Schimmels in tijden van oorlog, Dr. Patricia E. Faasse, onafhankelijk onderzoeker
  • 15.15u – 15.45u: Gisten als industriële werkpaardjes, Prof. dr. ir. Erick Vandamme, Universiteit Gent
  • 15.45u – … receptie

Waar? ’t Borrelhuis (tegenover het Nationaal Jenevermuseum, Hasselt, België)
Deelnameprijs: 15 euro (incl. broodjeslunch)

Inschrijvingen Nederland: Gewina, p/a Instituut voor Geschiedenis en Grondslagen van de Natuurwetenschappen, Drs. Lodewijk Palm
Inschrijvingen België: Nationaal Jenevermuseum, tel. 011 – 23 98 60 of jenevermuseum@hasselt.be
Download de folder ‘suiker, gist, spiritus'[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2005 [spoiler]

Gewina / OCG Symposium “Literatuur en Wetenschap”

29 oktober 2005

Sprekers:

  • Ben Peperkamp
  • Geert Somsen,
  • Frans Ruiter
  • Joachim von der Thüsen,
  • Maarten van Buuren
  • Ludo Hellemans,
  • Lies Wesseling
  • Dick van Lente

Lokatie: Letterkundig Museum, Den Haag

Organisatie: Gewina & Onderzoeksinstituut voor
Geschiedenis en Cultuur, Universiteit Utrecht

Toegang: EUR 20 voor leden, EUR 25 voor niet-leden,
EUR 15 voor studenten en aio’s. Lunch inbegrepen!
Betaling s.v.p. contant, of via giro 91341 t.n.v. Gewina,
Deventer, o.v.v. ‘najaarsbijeenkomst 2005’

WETENSCHAP EN LITERATUUR
Programma Gewina najaarsbijeenkomst 2005

  • 09.30 – 10.00
    Ontvangst
  • 10.00 – 10.15
    Ben Peperkamp (Universiteit Utrecht)
    Inleiding
  • 10.15 – 10.45
    Ben Peperkamp (Universiteit Utrecht)
    ‘Bald wird kommen das Feuer’. Over de representatie van natuurwetenschappelijke en medische kennis in de klucht De Electriciteit, of Pefroen met het schaapshoofd ge-electriseerd (1746)
  • 10.45 – 11.15
    Joachim von der Thüsen (Universiteit Utrecht)
    Esthetiek en Geologie:
    Goethes ‘ Harzreizen’
  • 11.15 – 11.30
    Koffie
  • 11.30 – 12.00
    Lies Wesseling (Universiteit Maastricht)
    Heinrich Hoffmann’s Der Struwwelpeter (1845): Een parodie op negentiende eeuwse ontwikkelingsschema’s
  • 12.00 – 12.30
    Maarten van Buuren (Universiteit Utrecht)
    Het belang van Bruno Latour voor de geesteswetenschap
  • 12.30 – 13.30
    Lunch
  • 13.30 – 14.00
    Gewina Huishoudelijke Vergadering
  • 14.00 – 14.30
    Frans Ruiter (Universiteit Utrecht)
    Gerrit Krol: Onderzoeker van het grensgebied tussen literatuur en wetenschap & techniek
  • 14.30 – 15.00
    Geert Somsen (Universiteit Maastricht)
    De Kracht van het Midden: H.G. Wells tussen wetenschap, fictie en journalistiek
  • 15.00 – 15.30
    Thee
  • 15.30 – 16.00
    Ludo Hellemans (Universiteit Maastricht)
    Literatuur en Biologie: Nederlandse schrijvers en het debat over de ethologie in de jaren ’60
  • 16.00 – 16.30
    Dick van Lente (Erasmus Universiteit Rotterdam)
    De atoombom en de populaire verbeelding: Tom Poes, Blake en Mortimer

Voor meer info over de lezingen zie hieronder.

Samenvattingen
Ben Peperkamp (Universiteit Utrecht): ” ‘Bald wird kommen das Feuer’. Over de representatie van natuurwetenschappelijke en medische kennis in de klucht De Electriciteit, of Pefroen met het schaapshoofd ge-electriseerd (1746)”
De elektriciteitsleer is een ‘hot topic’ geweest in de achttiende eeuwse culturele Nederlanden. Lissa Roberts, die over deze fascinatie heeft gepubliceerd in Isis (1999: 680-714), stelt vast dat ‘the electrical machine, as static electrical generators were commonly known, appeared virtually everywhere: in university lectures, in private collections, on stage at public inns and annual fairs, in demonstrations before members of enlightened societies, in the catalogues of instrument makers, as a therapeutic instrument in the hands of medical electricians, and as a research tool of electrochemistry.’ Wetenschappelijke praktijk, ‘Verlicht’ publiek debat en geavanceerd amusement kunnen in deze vitale context nauwelijks van elkaar worden onderscheiden.
Ook in de achttiende eeuwse literatuur (waarover Robberts overigens niet te spreken komt) kan deze publieke belangstelling voor de elektriciteitsleer worden aangewezen. In 1746 verscheen, onder auspiciën van het Kunstgenootschap “Ars Superat Fortunam”, de klucht De Electriciteit, of Pefroen met het schaapshoofd ge-electriseerd, waarvan de titel niets te raden laat. In mijn bijdrage wil ik nagaan hoe in dit conventionele toneelwerk over huwelijksbedrog wetenschappelijke standpunten op het gebied van de elektriciteitsleer zijn verwerkt, en wat de auteurs met hun werk kunnen hebben beoogd.
Daarbij wil ik me voornamelijk concentreren op het personage Kratzenstein die in het bewuste toneelwerk met een electriseermachine de bedrogen echtgenoot (Pefroen) onder spanning zet onder voorwendsel dat ‘het vuur’ hem genezen kan van zijn hardnekkige goedgelovigheid. Kratzenstein blijkt geen verzonnen naamsaanduiding van een ‘geleerde Duitse arts’, maar een verwijzing naar een ‘echte’ wetenschapper, Johann Gottlieb Kratzenstein (1723-1795), die furore had gemaakt met beschouwingen over medische elektriciteit. In 1745, één jaar voor publikatie van de klucht, was zelf een Nederlandse vertaling verschenen van zijn studie Korte Verhandeling van de oorzaaken der Electriciteyt, en derzelver nuttigheid met betrekking tot de geneeskunde. Eenmaal in de klucht wordt direct aan deze publicatie gerefereerd:

O Ja ! de Heer van Kratzenstein
Heeft zelf een boek daer van geschreven,
Het geen te Kleef is uitgegeven:
Daer vindt men meest die wond’ren in.
(p. 24, r. 4-7)

Wie nadenkt over de vraag wat de functie van dit komisch werk kan zijn geweest in een tijd waarin de elektriteitsleer in brede kring belangstelling genoot, kan deze verwijzing als uitgangspunt nemen, en zich vervolgens rekenschap geven van de stelling van Kratzenstein dat met electriciteit zowat ‘alles’ te genezen zou zijn. ‘Mijne electrificatie’, zo verklaart de geleerde stellig, kan ‘als een Panacea aangemerkt worden, ´t welk in veele zo niet voor alle ziektens heilzaam is.’ Wat de klucht mede aan de kaak stelt, zijn deze ronkende ambities, waarmee De Electriciteit oplicht als een intertekstueel en kritisch weerwoord tegen – groot, al te groot — wetenschappelijke optimisme.

Joachim von der Thüsen (Universiteit Utrecht): “Esthetiek en geologie: Goethes ‘Harzreisen’ “
De drie teksten die Goethe naar aanleiding van zijn ‘Harzreisen’ (1777, 1783, 1784) schreef, tonen het langzaam loslaten van de enthousiaste en uitsluitend subjectgestuurde natuurervaring die kenmerkend was voor zijn vroege jaren. In haar plaats komt de waarneming van concrete landschapsstructuren: Goethe onderneemt zijn Harz-excursies als jonge mijnbouwminister van Weimar. Terwijl het grote pindarische gedicht “Harzreise im Winter” nog een keer het Sturm-und-Drang genie in een verheven landschap toont, zijn de opstellen “Granit I” en “Granit II” reeds een eerste neerslag van het rustige aanschouwen van geologische structuren vanaf de Brocken. Belangrijk is dat dit niet zonder meer als een overgang van ‘subjectief voelend’ naar ‘empirisch’ opgevat kan worden. Immers, de holistische dimensie blijft behouden, en ook het sublieme verdwijnt niet. Het sublieme krijgt echter een andere kwaliteit: waar eerst het ruimtelijk grootse in de natuurbelevenis overheersend was, daar regeert nu – in ogenblikken van gewaarwording van de onmetelijke aardgeschiedenis – het sublieme in de tijd.

Lies Wesseling (Universiteit Maastricht): ” Heinrich Hoffmann’s Der Struwwelpeter (1845): Een parodie op
negentiende eeuwse ontwikkelingsschema’s”
Wie zich interesseert voor de culturele constructie van kindbeelden kan amper om een interdisciplinaire benadering heen. Dominante kindbeelden ontstaan namelijk op het kruisvlak van wetenschappelijke vertogen en esthetische artefacten. In het eerste geval moet men met name denken aan de anthropologie, de pedagogiek en de ontwikkelingspsychologie, in het tweede geval aan (kinder)literatuur, fotografie en schilderkunst. Deze stelling zal ik nader adstrueren aan de hand van Heinrich Hoffmann’s beroemd en veelvuldig bewerkt prentenboek Der Struwwelpeter (1845). Er is al vaak opgemerkt dat dit werk — dat bij een eerste oppervlakkige lezing overkomt als een gruwelijk staaltje van ‘zwarte pedagogiek — in feite in hoge mate komisch en satirisch is. Wie of wat is echter het doelwit van deze satire? Ik zal beargumenteren dat een precies antwoord op deze vraag niet alleen inzicht in de literatuurhistorische, maar ook in de wetenschapshistorische context van deze klassieker vereist.

Maarten van Buuren (Universiteit Utrecht): “Het belang van Bruno Latour voor de geesteswetenschap”
De bedoeling is om aan te geven of en hoe de theoriëen die Bruno Latour ontwerpt voor de exacte wetenschappen ook werken in de geesteswetenschappen (en literatuur).

Frans Ruiter (Universiteit Utrecht): “Gerrit Krol: onderzoeker van het grensgebied tussen literatuur en wetenschap & techniek”
Schrijvers als Hermans, Kopland, Hillenius zijn niet alleen literair, maar ook wetenschappelijk actief geweest. Alle drie hebben ze in meer of mindere mate expliciet gereflecteerd over de relatie literatuur en wetenschap. Maar geen van drieën heeft over de relatie tussen wetenschap & techniek en literatuur, of tussen logica & filosofie en literatuur zo intensief geschreven als Gerrit Krol. In zekere zin kan hij op al deze terreinen autodidact genoemd worden; in ieder geval karakteriseert hij zich zelf graag als zodanig.
Een van zijn eerste romans, Het gemillimeterde hoofd (1967), heeft als ondertitel ‘schrijven met sommen’, en de argeloze lezer wordt inderdaad geconfronteerd met tal van meetkundige figuren en geformaliseerde logische redeneringen. In een aantal kortere publicaties, zoals De gewone man en het geluk of Waarom het niet goed is lid van een vakbond te zijn (1975) en Hoe ziet ons wezen eruit (1980) keert dit procédé terug.
In het recentere werk van Krol is dit voor de literatuur unieke procédé minder prominent aanwezig, maar de voorkeur voor het mengen en confronteren van het ‘literaire’ en ‘wetenschappelijke’, van alfa en beta, en de fascinatie voor de relatie tussen deze terreinen zijn gebleven. Het is dus zonder twijfel een zeer centraal thema bij Krol. In de enige diepgravende studie over het oeuvre van Krol (Een dartele geest, 1989 geschreven door Ad Zuiderent) is hierover een aantal verhelderende dingen gezegd, maar is het zeker niet uitputtend behandeld. Na het verschijnen van deze studie heeft Krol zich nog met grote regelmaat over deze kwesties uitgelaten. Zowel in essayistische vorm – De mechanica van het liegen (1995), De trots van alfa en beta (1997) en De onhandige mens (2001) – als in fictionele vorm (essay en fictie zijn bij Krol overigens allerminst scherp te scheiden). In zijn meest recente roman Rondo Veneziano (2004) bezoekt de protagonist Pipper (een alter ego van Krol dat al in eerder werk opduikt) een wetenschappelijk symposium waar meer en minder beroemde geleerden en schrijvers voordrachten houden over wetenschap en cultuur.
In mijn lezing wil ik in de geest van dit fictieve symposium de complexe en voortdurend hernomen bespiegelingen van Krol over de verschillende kennisdomeinen in kaart brengen, en als contrast tevens enige dwarsverbindingen leggen met enkele geestverwante collega-schrijvers.

Geert Somsen (Universiteit Maastricht): “De kracht van het midden: H.G. Wells tussen wetenschap, fictie en journalistiek”
Het werk van de Britse auteur H.G. Wells (1866-1946) bewoog zich ongehinderd tussen journalistiek, proza en wetenschappelijke verhandeling, soms zelfs binnen een tekst. Het heeft weinig zin onderscheid te maken tussen fictie en non-fictie in zijn oeuvre. Veel belangrijker is het bindende element: het pleidooi voor een meer wetenschappelijke opvatting en inrichting van onze wereld. Dat Wells’ wetenschapsbeeld soms zeer geïdealiseerd was, maakte zijn invloed allerminst kleiner dan die van daadwerkelijke natuurwetenschappers.

Ludo Hellemans (Universiteit Maastricht) : “Literatuur en Biologie: Nederlandse schrijvers en het debat over de ethologie in de jaren ’60.”
In de jaren ’60 en ’70 (20ste eeuw) verschenen er verschillende populaire boeken waarin het gedrag van de mens werd beschreven en geanalyseerd vanuit een biologisch, meer bepaald ethologisch, standpunt. Een markant voorbeeld van dit genre van ‘populaire biologische non-fictie’ is Das sogenannte Böse. Zur Naturgeschichte der Aggression uit 1963 van de beroemde etholoog Konrad Lorenz (1903-1989).Lorenz’ boek werd in het Nederlands vertaald door dichter en bioloog Dick Hillenius, en verscheen in 1965 als Over agressie bij mens en dier. Andere voorbeelden van het genre ‘populaire’o f ‘populariserende biologie’ zijn Sind wir Sünder? van W. Wickler (1969), dat een jaar later ook in Nederlandse vertaling verscheen als De aard van het beestje. Over de natuurwetten van het seksuele contact (vertaling Dick Hillenius) en The Naked Ape. A Zoologist’s study of the Human Animal (1967) van Desmond Morris. (De naakte aap. Een zoölogische studie van het menselijke dier.)
In het genre ‘biologische non-fictie’ past ook een film als Bert Haanstra’s Bij de beesten af uit 1972, die onder verschillende Engelse titels (Ape and Super-Ape; Instinct for Survival; For the Beast) wereldberoemd is geworden.
Dick Hillenius schreef in die tijd talrijke ophefmakende stukjes waarin hij met verve – en plezier – wees op de dierlijke aard van de mens. De ethologische benadering van het gedrag van de mens stond in die jaren sterk in de publieke belangstelling, met name in Nederland.
Kennelijk bestond er bij een breed publiek een grote behoefte aan boeken die een natuurwetenschappelijk gefundeerd mensbeeld schetsen. Factoren die hierbij een rol speelden waren de deconfessionalisering van de samenleving en de teleurstelling in het humanistische beschavingsideaal na de tweede wereldoorlog en de Holocaust, en daarnaast ook de angst voor een (nieuwe) atoomoorlog en het groeiende besef van de schade die de mens toebrengt aan het milieu.
Een deel van het publiek verwachtte van de ethologie, zo niet een oplossing dan toch een verklaring van wat velen zagen als hét kernprobleem van de mensheid, namelijk agressie. Deze verwachting lokte echter ook hevige tegenspraak uit.Essayist Rudy Kousbroek bijvoorbeeld, trok fel van leer tegen Konrad Lorenz en Dick Hillenius, en tegen de ethologie van de mens in zijn geheel. Ophefmakend was de door hem gehouden (eerste) Johan Huizinga-lezing in 1972 (gepubliceerd 1973: “Ethologie en cultuurfilosofie” ). Daarin veroordeelde hij de ethologie, voor zover die zich met de mens bemoeide, als een pseudo-wetenschap. Later zal ook auteur Maarten ’t Hart, in die tijd bezig aan een ethologisch promotieonderzoek, ingaan op deze thematiek (De kritische afstand. Agressieve aantekeningen over mens en dier, 1976).
In de loop van de jaren zeventig zijn de debatten niet zozeer verflauwd als verschoven naar andere vakgebieden. In 1975 bijvoorbeeld begon het sociobiologiedebat naar aanleiding van het verschijnen van E.O. Wilsons Sociobiology. The New Synthesis. Nog later lokte (en lokt) de Evolutionaire psychologie debatten uit. Bij al deze debatten draait het in wezen om de autoriteit van de biologie inzake politieke, culturele en sociale aangelegenheden.

Dick van Lente (Erasmus Universiteit Rotterdam): “De atoombom en de populaire verbeelding: Tom Poes, Blake en Mortimer”
Dit paper behandelt de verwerking van de atoombom in twee zeer populaire stripverhalen na de Tweede Wereldoorlog: Toonder’> s Tom Poes en Jacobs’ Blake en Mortimer. Het maakt deel uit van een onderzoek naar de manier waarop de Nederlandse/westerse samenleving reageerde op grote wetenschappelijke en technische innovaties na WO II, tot in de jaren zestig. Het paper bestaat uit een theoretisch deel, waarin ik onderzoek in hoeverre en op welke wijze populaire literatuur toegang geeft tot wijdverbreide denkbeelden over deze zaken, en waarin een methode wordt voorgesteld om dit aan te pakken; en een empirisch deel waarin deze benadering wordt uitgetest op verhalen van Toonder en Jacobs waarin de atoombom figureert. Doel is o.m. na te gaan in hoeverre een innovatie met zulke dramatische implicaties als de atoombom was in te passen in bestaande verhaalpatronen.


Gewina Voorjaarsbijeenkomst 2005

zaterdag 23 april 2005
Athenaeumbibliotheek Deventer

De Gewina Voorjaarsbijeenkomst 2005 werd gehouden op zaterdag 23 april 2005 in de Athenaeum-Bibliotheek in Deventer. Deze keer droeg de bijeenkomst geen specifiek thema, maar presenteerde een aantal Gewina-ledeneigen onderzoek. Centraal stond een lezing van Prof. Dr. Mart van Lieburg. Tijdens de bijeenkomst werd ook de halfjaarlijkse huishoudelijke vergadering van het genootschap gehouden.
Routebeschrijving
Per trein: station Deventer aan de voorzijde verlaten, rechtdoor de stad in, singel oversteken en rechtdoor lopen. Als de weg een bocht naar links maakt, rechtdoor aanhouden en doorlopen tot pleintje (rechts Dirk van de Broek, links Broederenkerk). Linksom Broederenkerk en direct straat rechts in tegenover de broederkerk. Doorlopen tot pleintje, aan rechterkant oversteken, op de hoek van het pleintje rechts (Papenstraat), doorlopen tot links Klooster, Athenaeum is aan het eind rechts. (In feite loop je vanaf het station steeds rechtdoor tot de Papenstraat.)
Per auto: in het centrum zijn er mogelijkheden voor betaald parkeren (een garage in de stad tegenover het station, in de buurt van de Twickelostraat is ook te proberen). Handiger is om op de A1 de afslag Twello te nemen en naar Deventer rijden. Je komt dan uit op de oude Rijksstraatweg Apeldoorn-Deventer. Vlak voor de brug over de IJssel linksaf en bij de minirotonde naar rechts. Daar parkeren en het voetveert nemen (zwarte lijn over de IJssel). Kade op, weg over stad in. Linksaf en je loopt zo door de Noorderbergstraat tegen de Athenaeumbibliotheek aan.

Programma Gewina Voorjaarsbijeenkomst 2005

  • 10.00 – 10.30 Ontvangst
  • 10.30 – 11.00 Prof. Dr. J.K. van der Korst
  • Verdient Petrus Camper in de eenentwintigste eeuw nog een biografie?
  • 11.00 – 11.30 Dr. R.W. van der Waall
  • Leven en Werk van de Wiskundige Elwin Bruno Christoffel (1829-1900).
  • 11.30 – 12.00 Over de Bibliotheek door Dr. Ir. Fokko Jan Dijksterhuis
  • 12.00 – 13.00 Lunch
  • 13.00 – 13.30 Huishoudelijke Vergadering
  • 13.30 – 14.30 Hoofdlezing
  • Prof. Dr. M.J. van Lieburg
  • De Nederlandse Universiteitsgeschiedenis als Domein voor Medisch-Historisch Onderzoek
  • 14.30 – 15.00 Drs. A. Flipse
  • De Stichting van een Natuurkundige Faculteit aan de Vrije Universiteit (1930)
  • 15.00 – 15.30 Thee
  • 15.30 – 16.00 Dr. M. van Wije
  • Coffeïne: Historisch Overzicht en Geneeskundig Gebruik
  • 16.00 – 16.30 Drs. D. Baneke
  • Werk in Uitvoering: Wetenschap en Moderniteit in Nederland, ca. 1890-1940
  • 16.30 – Afsluiting

Agenda Huishoudelijke Vergadering

  1. Opening en Mededelingen
  2. Notulen 6 november 2004
  3. Verslag van de Penningmeester over 2004 + Kascontrole
  4. Begroting 2005
  5. Verslag van de Secretaris over 2004
  6. Gewina Internationaal
  7. Gewina professioneel
  8. Gewina + onderwijs
  9. PR
  10. Tijdschrift
  11. Rondvraag en sluiting
[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2004 [spoiler]

Chemistry and Medicine in the 18th century: Een Nederlands-Engelse ontmoeting

Vrijdag 23 april 2004 & Zaterdag 24 april 2004

Chemie is niet gebonden aan landsgrenzen: dat geldt niet alleen voor het heden, maar ook voor het verleden. Geïnspireerd door deze gedachte organiseren de chemiehistorische groep van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging en de Historische Commissie van de Engelse Royal Society of Chemistry – in samenwerking met Museum Boerhaave, Gewina en de Society for the History of Alchemy and Chemistry – twee gezamenlijke bijeenkomsten. De eerste van deze bijeenkomsten vond in Nederland plaats in april 2004, de tweede staat in het najaar van 2005 in Groot-Britannië gepland.
Het thema van de eerste bijeenkomst was Chemistry and Medicine in the 18th century, met daarin speciale aandacht voor de banden tussen de beide landen. Het symposium werd gehouden op vrijdag 23 april 2004 in Museum Boerhaave in Leiden, het Rijksmuseum voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen en de geneeskunde. GeWiNa liet haar voorjaarsbijeenkomst samenvallen met het symposium: iedereen was uitgenodigd om de lezingen en natuurlijk de voorjaarsvergadering bij te wonen.
Op de zaterdag was een excursieprogramma gepland met rondleidingen in enkele andere Nederlandse musea op het gebied van wetenschap, techniek en geneeskunde. Deelname aan deze excursiedag was gratis voor Gewinaleden. Het programma van de bijeenkomst en de excursies vindt u hieronder.
ORGANISATIE:
Historical Group, Royal Society of Chemistry, Londen
Chemiehistorische Groep, Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging, Leidschendam
Museum Boerhaave, Leiden
Genootschap Gewina
Society of the History of Alchemy

Programma
Chemistry and Medicine in the 18th century; Een Nederlands-Engelse ontmoeting
22-24 april 2004

Donderdag 22 april 2004
Locatie: Museum Boerhaave, Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden (071-5214224)

  • 18.00 – 19.30 Welkomstreceptie en registratie

Vrijdag 23 April 2004
Locatie: Museum Boerhaave, Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden (071-5214224)

  • 09.00 – 09.30 Koffie en registratie
  • 09.30 – 10.10 dr Noel Coley (Open University)
  • Eighteenth-century chemical physicians and the empirical art of medicine
  • 10.10 – 10.50 prof. dr Harm Beukers (Universiteit Leiden)
  • The influence of iatrochemistry in eighteenth century medical practice
  • 10.50 – 11.10 Koffie
  • 11.10 – 11.50 Anna Simmons (Open University)
  • Medicine, monopolies and mortars: the pharmaceutical trade at the Society of Apothecaries in the eighteenth century
  • 11.50 – 12.30 dr Lissa Roberts (Univerisiteit Twente)
  • Chemical reform and the question of an ‘industrial vision’ in the late eighteenth century
  • 12.30 – 13.30 Lunch
  • 13.30 – 14.10 Algemene voorjaarsvergadering GeWiNa
  • voor niet-GeWiNa leden: rondleiding door Museum Boerhaave
  • 14.10 – 14.50 dr Rina Knoeff (Universiteit Maastricht)
  • ‘… in medicine all possible good can be expected from it’. On the role of chemistry in Boerhaave’s medicine
  • 14.50 – 15.30 dr Robert Anderson (Cambridge University)
  • Boerhaave to Black: the evolution of chemistry teaching
  • 15.30 – 16.00 Coffee
  • 16.00 – 16.30 drs. Trienke van der Spek (Museum Boerhaave)
  • The goodness of air: eudiometry as a tool in eighteenth century chemistry and medicine
  • 16.30 – 17.00 Afsluitende discussie
  • 19.30 – 22.00 Conferentiediner (locatie: restaurant De Burght in Leiden)

Zaterdag 24 April 2004
Excursieprogramma

  • 9:15 Vertrek per bus vanaf het parkeerterrein van Molen de Valk, Leiden
  • 9:45 Aankomst in het Sikkens museum, Sassenheim
  • welkomst met koffie
  • 10:00 Rondleiding
  • 11:00 Vertrek naar stoomgemaal Museum de Cruquius, Cruquius
  • 11:30 Rondleiding
  • 13:15 Lunch in Tearoom de Cruquius
  • 14:15 Vertrek naar Teylers Museum, Haarlem
  • 14:45 Rondleiding
  • 15:45 Koffie en thee
  • 16:00 Mogelijkheid tot bezichtigen van Teylers Museum op eigen gelegenheid
  • 17:00 Vertrek naar Leiden
[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2003 [spoiler]90 jaar Gewina: Wetenschapsgeschiedenis in Nederland

Zaterdag 25 oktober 2003
Agnietenkapel, Amsterdam

Deze dag stond in het teken van het negentig-jarig bestaan van het Genootschap. Hoewel het honderdjarig bestaan over tien jaar mogelijk werkelijk reden tot feest is, wilde het bestuur de huidige verjaardag toch niet geheel onopgemerkt voor bij laten gaan en aangrijpen om samen met de leden stil te staan bij de stand van zaken rond de beoefening van de wetenschaps-, techniek- en medische geschiedenis in Nederland. De kersverse hoogleraar Frans van Lunteren gaf zijn analyse van het vakgebied in Nederland. Vervolgens gaven drie gerenommeerde en bekende leden van het Genootschap hun persoonlijke visie op de betekenis van het Genootschap voor de resp. vakgebieden die in het Genootschap zijn vertegenwoordigd en voor het (middelbaar) onderwijs.
Op de dag werd tevens de uitslag van het Gewina-lezersonderzoek bekend gemaakt en verspreid. De aanwezigen kregen de gelegenheid om hun eerste reacties op de uitslag te geven.
Locatie: Universiteitsmuseum De Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, 1012 EZ Amsterdam (tel. 020-525 3339). De Agnietenkapel is vanaf het Centraal Station te bereiken met tram 4, 9, 14, 16, 24 en 25, uitstappen halte Spui, op de hoogte van Rederij Kooy de Langbrugsteeg in en doorlopen tot aan de Oudezijds Voorburgwal. Voor informatie over de Agnietenkapel en het daar gevestigde Universiteitsmuseum, zie:http://www.bmz.amsterdam.nl/adam/nl/groot/agnieten.html

Programma

  • 9.45 – 10.15 uur Ontvangst met koffie
  • 10.15 – 10.30 uur Een bijzondere najaarsbijeenkomst
  • prof.dr. E.S. Houwaart, VUmc Amsterdam
  • 10.30 – 11.15 uur Wetenschapsgeschiedenis in Nederland: verleden, heden en toekomst
  • prof.dr. F. van Lunteren, Universiteit Utrecht/ Vrije Universiteit
  • 11.15 – 11.30 uur Discussie
  • 11.30 – 12.15 uur Ledenvergadering GeWiNa
  • 12.15 – 13.15 uur Lunch
  • 13.30 – 14.00 uur Column door prof.dr. M.J. van Lieburg, Erasmus Universiteit/ Universiteit Groningen
  • 14.00 – 14.30 uur Column door prof.dr. H. Snelders, emeritus
  • 14.30 – 15.00 uur Column door drs. P.M.N. Eldering
  • 15.00 – 15.45 uur Afsluitende discussie
  • 15.50 uur Sluiting

Reconstructies in de wetenschap: nieuwe inzichten of geleerd vermaak?
Gewina Voorjaarsbijeenkomst 2003, Zaterdag 10 mei

Museum Boerhaave, Leiden

Er stonden vier lezingen op het programma over het gebruik van reconstructies in de wetenschapsgeschiedenis. De reconstructie van het anatomische theater in Museum Boerhaave en de reconstructie van zeventiende-eeuwse telescopen zijn materiële reconstructies, die de historische werkelijkheid weer tot leven brengen. Iets abstracter komt het thema terug in de reconstructie van historische klimaatgegevens en de reconstructie van het uiterlijk en de levenswijze van dinosauriërs op grond van enkele opgegraven botten. Welke functies kunnen dergelijke reconstructies vervullen in het wetenschapshistorisch onderzoek? Leveren ze ons nieuwe inzichten op, of zit hun nut in de eerste plaats in hun bijdrage aan het vermaak met wetenschappelijke pretenties?
Tussen de lezingen door was er tijd gereserveerd om in het museum de tentoonstelling ‘Theater van leven en dood. Gezondheid en ziekte in de Gouden Eeuw ‘ of de vaste collectie te bekijken.

Programma:

  • 10.00-10.30
  • Ontvangst met koffie
  • 10.30-11.15
    Het theatrum anatomicum in Museum Boerhaave. Historische reconstructie of historische evocatie?
    Drs. T. Huisman, Museum Boerhaave
  • 11.15-12.00
    17eeeuwse telescopen, hoe goed waren ze en hoe weten we dat? Prof. dr. A. van Helden, Instituut voor geschiedenis en grondslagen van de natuurwetenschappen, Universiteit Utrecht
  • 12.00-12.45 Ledenvergadering GeWiNa
  • 12.45-13.30 Lunch
  • 13.30-14.15 Museumbezoek op eigen gelegenheid
  • 14.15-15.00
    Reconstructies van het klimaat van de lage landen over het afgelopen millennium Drs. A.F.V. van Engelen, KNMI
  • 15.00-15.45
    Dino’s in beeld: van bot tot blockbuster Drs. A. Schulp, Natuurhistorisch Museum Maastricht
  • 15.45-16.15 Afsluitende discussie
    vanaf 16.15 Voor de liefhebbers: Borrel op locatie !
[/spoiler]

Bijeenkomsten in 2002 [spoiler]

Wetenschap en Oorlog. Najaarsbijeenkomst GEWINA 2002

zaterdag 12 oktober 2002

PROGRAMMA

  • 10.00 – 10.30 uur
    Ontvangst met koffie in Delftstede
  • 10.30 – 10.45 uur
    Opening en inleiding door dr.ir. Fokko Jan Dijksterhuis
  • 10.45 – 11.30 uur
    Dr. Leo van Bergen, Vrije Universiteit
    Oorlog en vooruitgang in de geneeskunde
  • 11.30 – 12.15 uur
    Prof.dr. Dirk van Dalen, Rijksuniversiteit Utrecht
    Wetenschapspolitiek in het interbellum en de rol van L.E.J. Brouwer
  • 12.15 – 13.15 uur
    Lunch
  • 12.45 – 13.15 uur
    Huishoudelijke vergadering Gewina
  • 13.15 – 14.00 uur
    Dr. Gerard Alberts, CWI en Katholieke Universiteit Nijmegen
    Continuïteit in de Tweede Wereldoorlog: vernieuwing van onderzoek in de luwte van de bezetting
  • 14.00 – 14.45 uur
    Dr.ir. Leo Molenaar, Universiteit van Amsterdam
    M.G.J. Minnaert, de oorlog, en de verhouding wetenschap en samenleving
  • 14.45 – 15.15 uur
    Nabeschouwing en discussie door drs. Léon Wecke
  • 15.15 – 15.30 uur
    Afsluiting en vertrek naar het Legermuseum
  • 15.30 – 17.00 uur
    Rondleiding in het Legermuseum

Wetenschap in Indië, Indië in de wetenschap. Voorjaarsbijeenkomst 2002

PROGRAMMA

  • 10.00 – 10.45 uur
  • Ontvangst met koffie
  • 10.45 – 11.30 uur
    Prof. dr. P. Baas , Nationaal Herbarium Nederland.
    ‘Botanisch Onderzoek in de Gordel van Smaragd vanaf 1602’
  • 11.30 – 12.15 uur
    Dr. H. Maat, Universiteit Wageningen
    ‘Biologische proefstations in Indië’
  • 12.15 – 12.45 uur
    Ledenvergadering Gewina
  • 12.45 – 13.30 uur
    Lunch en mogelijkheid tot bezichtiging van de Hortus
  • 13.30 – 14.15 uur
    Dr. E Homburg, Universiteit Maastricht
    ‘Shell en haar voorlopers’
  • 14.15 – 15.00 uur
    Drs. G. van Heeteren, Universiteit Nijmegen
    ‘De medische praktijk in Indië’
  • 15.00 – 15.30 uur
    Koffie en thee
  • 15.30 – 16.15 uur
    Dr. M. Bloembergen
    ‘Representaties van Indië op de wereldtentoonstelling’
  • 16.15 – 16.45 uur
    Discussie en afsluiting
[/spoiler]
PageLines